
Jurisprudentie
BD2646
Datum uitspraak2008-05-28
Datum gepubliceerd2008-05-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200708264/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-05-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200708264/1
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 23 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (hierna: het college) aan [appellante sub 1] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de productie van (roestvast) stalen en aluminium producten op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 30 oktober 2007 ter inzage gelegd.
Uitspraak
200708264/1.
Datum uitspraak: 28 mei 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellante sub 1], gevestigd te [plaats],
2. [appellante sub 2], gevestigd te [plaats], waarvan de vennoten zijn [maat A] en [maat B], beiden wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (hierna: het college) aan [appellante sub 1] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de productie van (roestvast) stalen en aluminium producten op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 30 oktober 2007 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben [appellante sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 november 2007, en [appellante sub 2] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 december 2007, beroep ingesteld. [appellante sub 1] heeft haar beroep aangevuld bij brief van 21 december 2007.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het college en [appellante sub 1] hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 april 2008, waar het college, vertegenwoordigd door W.J.G.M. Gossens, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en de daarmee samenhangende wijziging van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking getreden. Aangezien in verband hiermee voor de bij het bestreden besluit vergunde activiteiten geen vergunning meer is vereist, is de bij dat besluit verleende vergunning vervallen.
Ingevolge artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit worden voorschriften die zijn verbonden aan een vóór 1 januari 2008 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning, die vóór die datum in werking en onherroepelijk was, onder omstandigheden als maatwerkvoorschriften aangemerkt. Omdat de bij het bestreden besluit verleende vergunning vóór 1 januari 2008 niet onherroepelijk was, zijn er geen voorschriften die worden aangemerkt als maatwerkvoorschriften.
Niet is gebleken dat [appellante sub 1] of [appellante sub 2] en anderen niettemin belang hebben bij de beoordeling van het bestreden besluit.
2.2. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Melse
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2008
191-542.