Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD2743

Datum uitspraak2008-06-24
Datum gepubliceerd2008-06-24
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers00335/07
Statusgepubliceerd


Indicatie

Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de HR door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.


Conclusie anoniem

Nr. 00335/07 Mr. Schipper Zitting: 27 mei 2008 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 4 september 2006 -met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 3 januari 2002- de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde. Voorts heeft het Hof ten aanzien van een inbeslaggenomen Porsche de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende, een en ander zoals in het arrest is vermeld. 2. Er bestaat samenhang met de zaken 00332/07, 00333/07, 00334/07 en 00336/07 tegen de verdachte. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Tegen deze uitspraak heeft de verdachte cassatie ingesteld. Er is niet binnen de termijn als bedoeld in art. 437 lid 2 Sv een schriftuur houdende middelen van cassatie bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep in cassatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG


Uitspraak

24 juni 2008 Strafkamer nr. 00335/07 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 4 september 2006, nummer 24/000072-02, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats]. 1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep. 2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen. 3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 24 juni 2008.