
Jurisprudentie
BD2961
Datum uitspraak2008-02-11
Datum gepubliceerd2008-06-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 07/01623
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-06-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 07/01623
Statusgepubliceerd
Indicatie
Aangezien het beroepschrift geen gronden bevatte, is de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid gesteld om de gronden van het beroep op te geven. De gemachtigde voert aan daartoe niet in staat te zijn omdat hij bij de politie opgevraagde stukken nog niet heeft ontvangen. Bovendien heeft hij van de officier van justitie desgevraagd nog geen zaakoverzicht ontvangen. Naar het oordeel van het hof heeft de officier van justitie het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. De inleidende beschikking bevat voldoende gegevens om bezwaren tegen die beschikking te formuleren.
Uitspraak
WAHV 07/01623
11 februari 2008
CJIB 79099494903
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Roermond
van 11 oktober 2007
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
voor wie als gemachtigde optreedt mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de officier van justitie het beroep tegen de inleidende beschikking terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, aangezien het beroepschrift geen beroepsgronden bevatte en dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn is hersteld.
3.2. De gemachtigde heeft aangevoerd dat hij voor het opgeven van de gronden van het beroep afhankelijk was van de officier van justitie. Deze heeft namelijk verzuimd hem het gevraagde zaakoverzicht te verstrekken. Ook de bij de politie opgevraagde stukken waren nog niet ontvangen. De gemachtigde meent dat de officier van justitie nog niet op het beroep had kunnen beslissen, aangezien hij geen reƫle mogelijkheid heeft gehad om de gronden van het beroep op te geven.
3.3. De inleidende beschikking bevat ten aanzien van het kenteken van het voertuig, de aard, plaats en tijd van de gedraging voldoende gegevens om de gedraging waarop de beschikking betrekking heeft te individualiseren. Van de gemachtigde mocht dan ook worden verwacht dat hij op basis van de inleidende beschikking in staat was geweest de bezwaren tegen die beschikking te formuleren. De omstandigheid dat de betrokkene nog niet in het bezit was van de door hem opgevraagde stukken stond er niet aan in de weg dat hij binnen de daartoe gestelde termijn de gronden van het beroep zou opgeven.
3.4. Dat de gemachtigde - ook nadat hij op het verzuim en de mogelijke consequentie daarvan was gewezen - is blijven vasthouden aan de opvatting dat hij het beroep slechts zou kunnen onderbouwen wanneer hij de gevraagde stukken zou hebben ontvangen, dient voor zijn eigen rekening en risico te komen.
3.5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft de officier van justitie terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dat brengt mee dat de kantonrechter - wat er verder ook zij van diens overwegingen met betrekking tot de inhoud van de zaak - terecht het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek om een kostenvergoeding afwijzen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek van de gemachtigde om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

