
Jurisprudentie
BD3539
Datum uitspraak2008-06-03
Datum gepubliceerd2008-06-12
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/6466 WWB
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-06-12
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/6466 WWB
Statusgepubliceerd
Indicatie
Weigering bijzondere bijstand voor de kosten van opslag van huisraad en goederen. Geen noodzakelijke kosten. Geen bijzondere omstandigheden.
Uitspraak
06/6466 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond van 2 november 2006, 06/1686 en 06/1434 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert (hierna: College)
Datum uitspraak: 3 juni 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 13 mei 2008, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 10 maart 2006 heeft het College de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand in de kosten van opslag van zijn huisraad en goederen afgewezen.
Bij besluit van 29 juni 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 10 maart 2006 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak, voor zover van belang, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het beroep tegen het besluit van 29 juni 2006 ongegrond verklaard.
Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
In dit geding is de vraag aan de orde of de afwijzing door het College van de door appellant gevraagde bijzondere bijstand voor de kosten van de opslag van zijn huisraad en goederen in rechte stand kan houden.
De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter van de rechtbank is er geen sprake van noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) omdat er sprake is van een huisuitzetting door eigen toedoen van appellant en hij die kosten derhalve over zichzelf heeft afgeroepen. De Raad onderschrijft het in de aangevallen uitspraak vervatte oordeel van de voorzieningenrechter van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust en maakt deze tot de zijne.
In het geval van appellant is dan ook geen sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB, zodat het College de onderhavige aanvraag van appellant terecht en op goede gronden heeft afgewezen.
In hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht ziet de Raad geen aanleiding om tot een andersluidend oordeel te komen.
Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door. A.B.J. van der Ham. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2008.
(get.) A.B.J. van der Ham.
(get.) N.L.E.M. Bynoe.
AR