Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD4723

Datum uitspraak2008-06-18
Datum gepubliceerd2008-06-19
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/4932 AOW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzoek om toepassing bijzondere rechtsmiddel van herziening afgewezen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.


Uitspraak

06/4932 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van: [Verzoeker] (hierna: verzoeker), van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2006 (05/6383 AOW), in het geding tussen: verzoeker en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 18 juni 2008 I. PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 23 juni 2006 (05/6383 AOW). Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2008. Verzoeker is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G. van der Schuur. II. OVERWEGINGEN Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 augustus 2005 (04/933) bevestigd. De Raad heeft daarbij overwogen dat hij met de rechtbank van oordeel is dat verzoeker de beroepstermijn heeft overschreden. De Raad heeft verder aangegeven dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest, zodat niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege had dienen te blijven. Aan zijn verzoek om herziening heeft verzoeker ten gronde gelegd dat hij salaris in Nederland heeft ontvangen en dat hij de naam en het adres van zijn vroegere werkgever heeft doorgegeven, maar zonder resultaat. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN: AN7982 is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Hetgeen door verzoeker naar voren is gebracht kan niet worden aangemerkt als een nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening te worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Wijst het verzoek om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2008. (get.) H.J. Simon. (get.) M. Pijper. OA III. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: Rejète la demande de révision. Par conséquent, décidée par H.J. Simon en présence de M. Pijper en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 18 juin 2008.