Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD6086

Datum uitspraak2008-06-27
Datum gepubliceerd2008-07-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200803709/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 18 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Wolden (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de verhuur van machines en de opslag van bestratingsmateriaal en grond op het adres [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 24 april 2008 ter inzage gelegd.


Uitspraak

200803709/2. Datum uitspraak: 27 juni 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats], gemeente De Wolden, en het college van burgemeester en wethouders van De Wolden, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 18 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Wolden (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de verhuur van machines en de opslag van bestratingsmateriaal en grond op het adres [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 24 april 2008 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 mei 2008, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 mei 2008, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 juni 2008, waar [verzoeker], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door drs. K.F. de Ruijter-Thijssen en J. Grit-Henriët, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Het betoog van [verzoeker] komt erop neer dat in strijd met de vergunning zal worden gehandeld. Deze beroepsgrond heeft geen betrekking op de rechtmatigheid van de ter beoordeling staande vergunning en kan om die reden niet slagen. De Algemene wet bestuursrecht voorziet overigens in de mogelijkheid tot het treffen van maatregelen die strekken tot het afdwingen van de naleving van de vergunning. 2.3. Gelet op het bovenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.A.M. van Hamond, ambtenaar van Staat. w.g. Brink w.g. Van Hamond voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2008 446.