
Jurisprudentie
BD6127
Datum uitspraak2008-02-07
Datum gepubliceerd2008-07-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200706660/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-07-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200706660/1
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 12 juli 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college), voor zover hier van belang, aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een inrichting voor de collectieve voorziening van elektriciteit, warmte en CO2 voor het [glastuinbouwcomplex]. Dit besluit is op 9 augustus 2007 ter inzage gelegd.
Uitspraak
200706660/1.
Datum uitspraak: 2 juli 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de stichting Stichting Gelderse Milieufederatie, gevestigd te Arnhem,
appellante,
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 juli 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college), voor zover hier van belang, aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een inrichting voor de collectieve voorziening van elektriciteit, warmte en CO2 voor het [glastuinbouwcomplex]. Dit besluit is op 9 augustus 2007 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft de stichting Stichting Gelderse Milieufederatie (hierna: de stichting) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 september 2007, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juni 2008, waar de stichting, vertegenwoordigd door drs. M.J. Visschers, en het college, vertegenwoordigd door P.A. Kuijper en ing. E.J. Lambrechts, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De stichting stelt dat het college ten onrechte geen emissiegrenswaarden heeft gesteld voor de bij verbranding van bio-olie vrijkomende CO en NOx nu de inrichting niet onder de werkingssfeer van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A (hierna: het BEES) valt. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met artikel 8.12, tweede lid, van de Wet milieubeheer, aldus de stichting.
2.1.1. In artikel 8.12, tweede lid, van de Wet milieubeheer is, voor zover hier van belang, bepaald dat bij de voorschriften van een vergunning emissiegrenswaarden moeten worden gesteld voor stoffen - in het bijzonder die, genoemd in bijlage III van richtlijn 96/61/EG (hierna: de richtlijn) - die in aanmerkelijke hoeveelheden uit de inrichting kunnen vrijkomen en die direct of door overdracht tussen water, lucht en bodem nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken.
2.1.2. Ter zitting is gebleken dat - zoals tussen partijen ook niet in geschil is - dat de inrichting niet onder de werkingssfeer van het BEES valt. De in het BEES opgenomen emissiegrenswaarden voor stookinstallaties gelden dan ook niet voor de inrichting. Uit de inrichting komen onder meer de stoffen CO en NOx vrij. Deze stoffen worden in bijlage III van de richtlijn genoemd als stoffen waarvoor emissiegrenswaarden moeten worden gesteld. Het college heeft dergelijke grenswaarden niet als voorschrift aan de vergunning verbonden. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met artikel 8.12, tweede lid, van de Wet milieubeheer. De beroepsgrond slaagt.
2.2. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking.
2.3. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 12 juli 2007, kenmerk MPM8777;
III. gelast dat de provincie Gelderland aan de stichting Stichting Gelderse Milieufederatie het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, voorzitter, en mr. J.H. van Kreveld en mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Van der Zijpp
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2008
262-492.

