Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD7983

Datum uitspraak2008-07-22
Datum gepubliceerd2008-07-22
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers05/900742-07, 700778-07 en 501587-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank Arnhem heeft een 25-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en tbs met dwangverpleging voor doodslag en diefstal met geweld. Dit geweld hield in: poging doodslag door met een mes op het slachtoffer in te steken. De dood was weliswaar het gevolg van een hartfalen. Deze dood wordt toch aan verdachte toegerekend nu hij daartoe het (voorwaardelijk) opzet had en het haast een theoretische mogelijkheid is dat het slachtoffer zonder het treffen met verdachte aan een hartfalen zou zijn overleden.


Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM Sector strafrecht Meervoudige kamer Parketnummers : 05/900742-07, 700778-07 en 501587-07 Data zitting : 20 november 2007, 12 februari 2008, 29 april 2008 en 8 juli 2008 Datum uitspraak : 22 juli 2008 Tegenspraak In de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem tegen: naam : [verdachte], geboren op : [geboortedatum] te Tiel, thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, Ir.Molsweg 5 Arnhem. Raadsman : mr. G.J. Gerrits, advocaat te Nijmegen. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: Onder parketnummer: 05/900742-07: 1. hij in of omstreeks de periode van 03 augustus 2007 tot en met 4 augustus 2007 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen (o.a. een hand) heeft gestoken en/of gesneden en/of met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp en/of met een vuist met daarin geklemd een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp meermalen, althans eenmaal (met kracht) op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer(andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het misdrijf vermeld/omschreven in artikel 310 en 311 lid 4 en 5 van het wetboek van strafrecht te weten, diefstal, al dan niet in vereniging gepleegd ((in of omstreeks de periode van 3 augustus 2007 tot en met 4 augustus 2007 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland)), uit een woning ([adres]) van een aantal goederen ((o.a. een aantal videobanden en/of een laptop en/of een aantal sleutels en/of een aantal tassen met inhoud en/of een (video)camera en/of een aantal agenda's en/of een hoeveelheid andere goederen/geheel of ten dele toebehorende aan S.A. [slachtoffer2])) en/of waarbij verdachte en/of verdachtes mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf (die woning) heeft/hebben verschaft of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van valse sleutel (te weten met een gestolen/wederrechtelijk verkregen sleutel een deur van voormelde woning heeft/hebben geopend) welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: Subsidiair a: hij in of omstreeks de periode van 03 augustus 2007 tot en met 4 augustus 2007 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (([adres])) heeft weggenomen een aantal videobanden en/of een laptop en/of 6, althans een aantal sleutels en/of 2, althans een aantal autosleutels en/of een aantal tassen met inhoud en/of een aantal agenda's en/of een (video)camera en/of een hoeveelheid andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan S.A. [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((met een uit een berging weggenomen sleutel en/of een wederrechtelijk verkregen sleutel voormelde woning heeft/hebben geopend)) welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer1] en/of A.B. [slachtoffer3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen nadat die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer3] verdachte en/of verdachtes mededader had(den) betrapt en/of (vervolgens) verdachte had(den) vastgepakt, verdachte zich meermalen, althans eenmaal (met kracht) heeft getracht los te trekken/rukken en/of (vervolgens) naar die [slachtoffer3] en/of [slachtoffer1] heeft geroepen: "jullie weten zeker niet wie jullie voor je hebben" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) naar verdachtes mededader (en/of hoorbaar voor die [slachtoffer1] en die [slachtoffer3]) heeft geroepen: "sla ze" en/of "sla ze met je krukken". althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (vervolgens) een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp heeft getrokken en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp die [slachtoffer1] in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen (o.a. een hand) heeft gestoken en/of gesneden en/of met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp en/of met een vuist met daarin geklemd een mes, in elk geval een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp, meermalen, althans eenmaal (met kracht) op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen van die [slachtoffer1] heeft geslagen en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen van die [slachtoffer1] heeft geslagen en/of gestompt, en/of welk voormeld feit de dood van [slachtoffer1], althans zwaar lichamelijk letsel ((een steekwond in het hoofd en/of de hersenen en/of een hersenbloeding en/of een subdurale hematoom in het hoofd)) bij die [slachtoffer1] ten gevolge heeft gehad en/of welk feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning of op een besloten erf waar een woning staat en/of op een openbare weg (de [adres]); art. 312 lid 2/2/3/4 art.312 lid 3 Wetboek van strafrecht en(/of) Subsidiair b: hij in of omstreeks de periode van 03 augustus 2007 tot en met 4 augustus 2007 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen (o.a. een hand) van die [slachtoffer1] heeft gestoken en/of gesneden en/of met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp en/of met een vuist met daarin geklemd een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp meermalen, althans eenmaal (met kracht) op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen van die [slachtoffer1] heeft geslagen en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen van die [slachtoffer1] heeft geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden; artikel 287 wetboek van strafrecht meer subsidiair B: hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2007 tot en met 04 augustus 2007 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, aan een persoon genaamd [slachtoffer1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel ((een steekwond in het hoofd en/of in de hersenen en/of een hersenbloeding of subdurale hematoom en/of diverse onderhuidse bloedingen/bloeduitstortingen en/of een hartstilstand/hartfalen)), heeft toegebracht, door opzettelijk meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer1] met een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen (o.a. een hand) te steken en/of te snijden en/of met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp en/of met een vuist met daarin geklemd een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp meermalen, althans eenmaal (met kracht) die [slachtoffer1] op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen te slaan en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) die [slachtoffer1] tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen te slaan en/of te stompen, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad; 302 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht meest subsidiair B: hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2007 tot en met 4 augustus 2007 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, opzettelijk mishandelend [slachtoffer1], meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen (o.a. een hand) heeft gestoken en/of gesneden en/of [slachtoffer1], meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp en/of met een vuist met daarin geklemd een mes, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp meermalen, althans eenmaal (met kracht) op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of J.H. [slachtoffer1], meermalen, althans eemaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan voornoemde persoon werd gewond, terwijl dit feit de dood, althans zwaar lichamelijk letsel (een steekwond in het hoofd en/of in de hersenen en/of een hersenbloeding en/of een subdurale hematoom in het hoofd) tengevolge heeft gehad; artikel 300 lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht 2. hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2007 tot en met 4 augustus 2007 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een berging (behorende bij woning [adres] Tiel) heeft weggenomen een accuboormachine en/of een aantal sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan S.A. [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); 3. hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2007 tot en met 2 augustus 2007 te Kerk-Avezaath, gemeente Buren, in elk geval in de gemeente Buren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (sparta), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M.A. [slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); Onder parketnummer 05/700778-07: 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel zijn, verdachtes, moeder [slachtoffer5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte (telkens) opzettelijk dreigend met gebalde vuisten en/of op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer5] voornoemd is gaan staan en/of zijn arm(en) dreigend heeft opgeheven en/of (een) slaande beweging(en) in de richting van die [slachtoffer5] heeft gemaakt en/of (telkens) (daarbij) voornoemde [slachtoffer5] dreigend (onder meer) de woorden heeft toegevoegd: "Ik wou dat je dood was, ik zal dansen op je graf, ik zal spugen op je graf, als je je bek niet houdt dan sla ik je bek dicht kankerhoer, voor mij ben je geen moeder, je moet zorgen dat ik elke dag vreten heb, het is jouw schuld dat ik aan de drugs ben, je hebt mij altijd verwaarloosd" en/of "Ik maak je af, ik maak je kapot, ik maak je geestelijk en lichamelijk af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel (telkens) opzettelijk beledigend zijn, verdachtes, moeder [slachtoffer5], een of meermalen in haar tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd (onder meer) de woorden "(vuile) kankerhoer en/of tyfushoer en/of kuthoer en/of (vies, vuil) kutwijf", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 2. hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel zijn, verdachtes, vader [slachtoffer6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer6] en/of op een voor die [slachtoffer6] duidelijk zichtbare wijze een metalen werktuigsleutel (baco), althans een soortgelijk voorwerp, heeft getoond en/of heeft vastgehouden en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer6] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "sla me dan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 3. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een of meer (slaapkamer)deuren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt te weten door (met kracht) tegen een deur te stompen/te slaan en/of te schoppen en/of door een deur te forceren; 4. hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (100 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt: hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel opzettelijk een geldbedrag (100 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; Onder parketnummer 05/ 501587-07: 1. hij op of omstreeks 01 december 2006 te Arnhem, ter terechtzitting van het Gerechtshof Arnhem als getuige in de zaak tegen [sla[slachtoffer7], nadat hij in handen van voorzitter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed/belofte had afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, in elk geval in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert en/of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling, persoonlijk, opzettelijk valselijk, geheel of ten dele in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:"ik heb bij de politie gelogen over de rol van [slachtoffer7] bij de brandstichting van de bussen en de diefstallen die toen plaatsvonden" en/of "ik heb [slachtoffer7] gewoon een loer willen draaien" en/of "een ander heeft die brand gesticht" en/of "ik heb bij de politie [slachtoffer7] valselijk beschuldigd omdat ik hem een hak wilde zetten. [slachtoffer7] had mijn vriendin genaaid. Dat was ongeveer anderhalf jaar voor de brandstichting gebeurd. Ik had dat ongeveer een week voor ik werd opgepakt gehoord. Ik nam het [slachtoffer7] kwalijk, maar ik had nog niet met hem daarover gesproken" en/of "wel moet ik zeggen dat ik in die tijd ontzettend veel speed snoof. Ik denk wel 10 gram per dag. Veel kan ik mij dus niet herinneren" en/of "ik mocht van [slachtoffer7] zijn auto gebruiken en ben die nacht alleen vanaf de flat waar ook [slachtoffer7] was naar de loods van Hermes gereden" en/of "de nacht van de brand heb ik [slachtoffer7] niet in de buurt van de garage gezien" en/of "ik heb [slachtoffer7] echt niet gezien en echt niet gesproken" en/of "mij wordt voorgehouden dat anderen anders lijken te verklaren, die moeten zich vergissen" en/of "ik heb bij de politie in mijn verklaring over de gebeurtenissen bij Hermes het een en ander verzonnen maar voor een deel komt die verklaring overeen met wat er echt gebeurd is. Het is dus niet zo dat die verklaring helemaal juist is en dat waar ik over [slachtoffer7] spreek X moet worden gelezen" en/of "Toen ik kort na de brand door de politie werd opgepakt, zag ik mijn kans schoon om [slachtoffer7] een hak te zetten. Zo is het gegaan. Ik heb hem dus vals beschuldigd"; 2. Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is laatstelijk op 8 juli 2008 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.J. Gerrits, advocaat te Nijmegen. Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd: • S.A. [slachtoffer2] • [slachtoffer5] • [slachtoffer6] Ter zitting zijn verschenen: • [nabestaanden van slachtoffer1] De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het: - onder parketnummer 05/900742-07 onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde; - onder parketnummer 05/700778-07 onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde; en - onder parketnummer 05/501587-07 tenlastegelegde, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. En voorts tot een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij. De vordering van [nabestaande van slachtoffer1] (parketnummer 05/900742-07, feit 1) toewijzen voor wat betreft het materiele gedeelte tot het gevorderde bedrag van € 256,93. Ten aanzien van het immateriële deel (shockschade) niet-ontvankelijk te verklaren nu dit deel van de vordering niet van eenvoudige aard is. De vordering van S.A. [slachtoffer2] (parketnummer 05/900742-07, feit 2) niet-ontvankelijk te verklaren nu deze niet van zo een eenvoudige aard is dat deze kan worden meegenomen in het strafproces. De vorderingen van [slachtoffer6] en [slachtoffer5] (parketnummer 05/700778-07) toewijzen tot een bedrag van € 900,- en voor het overige de vordering niet-ontvankelijk te verklaren nu dit deel van de vordering niet van eenvoudige aard is. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Ten aanzien van het onder parketnummer 05/900742-07 tenlastegelegde. De raadsman heeft betoogd dat het primair tenlastegelegde partieel nietig verklaard dient te worden omdat losrukken van een aanhouding niet aangemerkt kan worden als geweld en/of bedreiging met geweld in de zin van artikel 312 Wetboek van Strafrecht. Dit verweer wordt verworpen. Iemand die op heterdaad wordt aangehouden dient zich daarin te schikken. Proberen aan zo’n aanhouding te ontkomen, kan geweld en/of bedreiging met geweld opleveren. Dit is afhankelijk van wat feitelijk is gebeurd. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Daartoe wordt het navolgende overwogen. De bewijsverweren worden daarbij verworpen. Deze verweren kwamen neer op (1) een lezing van wat feitelijk gebeurd is, (2) of verdachte opzet had en (3) of de dood van [slachtoffer1] aan de gedragingen van verdachte kan worden toegerekend. Op grond van de verklaringen van verdachte, de getuigen, de deskundigen en van de overige bescheiden kunnen de navolgende feiten worden vastgesteld. Op 3 augustus 2007 in de vroege avond heeft verdachte uit een schuur de huissleutels van [slachtoffer2] ontvreemd. Uren daarna is verdachte door middel van deze huissleutel de woning van [slachtoffer2] binnengegaan. Zijn vriendin [vriendin [vriendin van verdachte]rdachte] stond daarbij volgens afspraak op de uitkijk; zij hield tevens zijn fiets vast en zij had loopkrukken bij zich. Verdachte heeft uit de woning de in de tenlastelegging opgesomde goederen meegenomen. De insluiping door verdachte werd ontdekt door buren. Rond de klok van 23.00 uur werd daarvan melding gemaakt bij de politie. Deze buren waarschuwden ook [slachtoffer1] en [slachtoffer3]. Deze gingen kijken en [slachtoffer1] heeft aan verdachte gevraagd of het lukte. Om te voorkomen dat verdachte er met de gestolen goederen van doorging hebben [slachtoffer1] en [slachtoffer3] verdachte vastgepakt. Tijdens een daaropvolgend handgemeen vielen zij alle drie tussen de zich ter plaatse bevindende vuilcontainers (kliko’s). Alle drie zijn weer opgestaan; [slachtoffer3] heeft zich tot [vriendin [vriendin van verdachte]rdachte] gewend; verdachte had haar hulp ingeroepen; zij moest slaan met haar kruk. Tussen [slachtoffer1] en verdachte is het handgemeen verder gegaan. Verdachte heeft daarbij uit zijn zak een zogenaamd valmes tevoorschijn gehaald en opengeklikt; [vriendin van verdachte] hoorde een klikgeluid dat zij herkende als het geluid dat hoorde bij het openklikken van het mes dat verdachte al tijden bij zich droeg. Tijdens het handgemeen heeft verdachte [slachtoffer1] geraakt met de vuisten en het mes: in de duim, de arm en in het hoofd. Het mes heeft de schedel en het hersenvlies van [slachtoffer1] doorboord met respectievelijk 7 mm en 2 mm. Tijdens het toebrengen van deze verwondingen greep [slachtoffer1] naar de borst en zakte op de grond alwaar hij bleef liggen terwijl hij rochelende geluiden maakte. Verdachte is met [vriendin van verdachte] met medeneming van de ontvreemde goederen op de fiets gevlucht. [slachtoffer1] is overleden tengevolge van een hartfalen. Al eerder die avond –minimaal een uur voor het treffen met verdachte- had hij een hartinfarct- beperkte zuurstoftoevoer naar het hart- gehad. De doodsoorzaak kan zijn een hartritmestoornis volgend op dat eerdere hartinfarct ofwel een nieuw hartinfarct dat optrad ten tijde van het treffen onmiddellijk gevolgd door een hartritmestoornis. Laatstgenoemd mogelijk hartinfarct en/of de hartritmestoornis(sen) kunnen veroorzaakt zijn door de stress die het hele treffen met verdachte voor [slachtoffer1] opleverde. Ook kan de lichamelijke conditie van [slachtoffer1] (alcohol , medicijngebruik, slechte conditie van de aderen) daartoe bijgedragen hebben. De vraag waarvoor de rechtbank zich in de eerste plaats gesteld ziet, is of verdachte de opzet had om [slachtoffer1] te doden. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend, in die zin dat verdachte daartoe het voorwaardelijke opzet heeft gehad. Bij verdachte heeft de wens vooropgestaan om te ontkomen aan een aanhouding. Hij liep in een proeftijd en was bang dat hij in geval van een veroordeling voor een nieuw feit TBS opgelegd zou krijgen (verklaring [vriendin [vriendin van verdachte]rdachte]). Verdachte heeft daarbij bewust zijn mes gepakt, opengeklikt en [slachtoffer1] daarmee gestoken, waar hij hem kon raken. De –latere- lezing van verdachte dat hij iets pakte om zich te verdedigen en pas later merkte dat hij zijn valmes had gepakt, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Dit in de eerste plaats omdat hij aanvankelijk anders heeft verklaard; dat zulks onder invloed van speed zou zijn gebeurd wil nog niet zeggen dat dit niet de waarheid was. In de tweede plaats omdat de vaststelling dat verdachte bewust zijn mes heeft gepakt en daarmee [slachtoffer1] heeft gestoken past bij het navolgende. Het is ongeloofwaardig dat verdachte zich niet bewust was van de aanwezigheid van het valmes in zijn zak; hij droeg dit al tijden bij zich en vond dat stoer. En voorts, de messteek waarmee de schedel van [slachtoffer1] is doorboord was van boven naar beneden gericht (voetwaarts). Dit past niet bij een zwaaiende beweging maar bij een stekende/hakkende beweging. Tenslotte acht de rechtbank niet aannemelijk dat verdachte zo fysiek in het nauw gedreven was door [slachtoffer1] dat hij zich moest verdedigen. De verwondingen die verdachte heeft opgelopen passen niet bij een ernstige fysieke aanval. En verdachte heeft zich nadien ook niet over het in het nauw gedreven zijn uitgelaten tegenover [vriendin van verdachte] en [naam]. Hij heeft gesproken over neersteken en dat hij [slachtoffer1] op het hoofd geraakt had en dwars door het bot was gegaan. Het voorgaande houdt in dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte met een mes op [slachtoffer1] heeft ingestoken waar hij hem kon raken. Naar de algemene ervaringsregelen betekent dit een aanmerkelijke kans op overlijden, bijvoorbeeld een slagader kan geraakt worden. Het doel van verdachte was te ontkomen aan de aanhouding. Dit impliceert dat hij de kans op de dood van het slachtoffer op de koop toe heeft genomen. De tweede vraag waarvoor de rechtbank zich geplaatst ziet is de vraag of de dood van [slachtoffer1] rederlijkerwijze aan de gedragingen van verdachte kan worden toegerekend nu de oorzaak van de dood van [slachtoffer1] niet de bloedophoping in de hersenen was tengevolge van botsend geweld namelijk het vallen tegen de vuilcontainer (kliko) en/of de slagen van verdachte) en de messteek. Ook deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. De rechtbank stelt vast dat het hart [slachtoffer1] fataal gefaald heeft tijdens het handgemeen met verdachte. Dit valt verdachte redelijkerwijs toe te rekenen, nu hij de –voorwaardelijke- opzet op de dood van [slachtoffer1] had. Dat op hetzelfde tijdstip dat het treffen tussen verdachte en [slachtoffer1] plaatsvond, eveneens een fatale hartritmestoornis zou zijn opgetreden zonder dat treffen acht de rechtbank zeer onwaarschijnlijk en ongeloofwaardig. Het valt ook niet uit te leggen dat vanwege die –haast theoretische mogelijkheid- de dood van [slachtoffer1] niet toegerekend zou kunnen worden aan de gedragingen van verdachte. Ten aanzien van het onder parketnummer 05/700778-07 tenlastegelegde. De raadsman van verdachte heeft ter zitting ten aanzien van de feiten 1 en 2 betoogd dat er geen sprake is van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat het slot van de koelkastdeur niet geforceerd is. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman betoogd dat zijn cliënt de portemonnee met het geldbedrag gevonden heeft en deze zich niet wederrechtelijk heeft toegeëigend. De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de feiten 1 en 2 wel degelijk een reële objectieve vrees is geweest dat verdachte zijn bedreigingen ten uitvoer zou brengen. Verdachte was volgens zijn eigen verklaring in die periode een ongeleid projectiel en verkeerde onder een bijna constante invloed van (hard)drugs hetgeen hem onberekenbaar maakte. De rechtbank is ten aanzien van feit 3 van oordeel dat zowel in de aangiften van vader als van moeder vermeld staat dat de deur van de koelkast door het gebruik van de zogenaamde baco geforceerd is. De rechtbank is ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde van oordeel dat het voor verdachte duidelijk moet zijn geweest dat de portemonnee met inhoud aan zijn vader toebehoorde en dat hij de € 100,- zich daarom wederrechtelijk heeft toegeëigend. De door de raadsman gevoerde verweren ten aanzien van voornoemde feiten worden derhalve verworpen. Ten aanzien van het onder parketnummer 05/501587-07 tenlastegelegde. De raadsman heeft betoogd dat op basis van de voorliggende stukken niet wettig althans niet overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 1 december 2006 een meinedige verklaring heeft afgelegd. Dit verweer wordt verworpen. Ter terechtzitting van het Gerechtshof te Arnhem op 1 december 2006 verklaart verdachte ondermeer dat hij [slachtoffer7] in de nacht van de brand van vrijdag 21 januari op zaterdag 22 januari 2005 niet in de buurt van de garage heeft gezien en [slachtoffer7] die nacht niet heeft gesproken. In het dossier bevindt zich een verklaring van getuige van [getuige1] die verklaart dat hij verdachte en [slachtoffer7] in de nacht van vrijdag op zaterdag op ongeveer 20 à 25 meter afstand in ‘onze richting’ zag lopen. Van [getuige1] bevond zich op dat moment in gezelschap van [getuige2], [getuige3] en [getuige4], in de directe omgeving van de woning van [getuige4], een paar honderd meter van de plaats van de brand.Van [getuige1] hoorde dat ze ruzie aan het maken waren. Getuige [getuige4] bevestigt dat hij verdachte en [slachtoffer7] terug zag lopen vanuit de richting van het voormalige Hermespand, [adres]. Hij bevestigt ook hetgeen getuige van [getuige1] ziet: “ik zag dat [verdachte] boos [slachtoffer7] [slachtoffer7] en ik hoorde hem hard tegen [slachtoffer7] roepen waar hij nou helemaal mee bezig was” . Deze verklaringen sluiten aan bij hetgeen verdachte zelf bij de politie heeft verklaard over het moment dat hij met [slachtoffer7] terugliep na de brand: “Deze jongens kunnen bevestigen dat ik kwaad was op [slachtoffer7] dat hij de bussen in brand had gestoken”. Getuige [getuige3] bevestigt dat zij die zaterdagochtend tussen 05.00 uur en 06.00 uur in de auto van van [getuige1] heeft gezeten. Ook zij verklaart verdachte daar te hebben gezien. Zij kan de aanwezigheid van [slachtoffer7] niet bevestigen omdat zij slaperig was en geen interesse had voor wat er buiten de auto gebeurde. De rechtbank concludeert op grond van bovenstaande dat verdachte en [slachtoffer7] de nacht van de brand in de buurt van de garage zijn geweest waar de brand heeft plaatsgevonden en dat zij elkaar die nacht wèl gesproken hebben. De verklaring van verdachte bij het Gerechtshof op 1 december 2006 acht de rechtbank in strijd met de waarheid. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer: 05/900742-07, 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, het onder parketnummer 05/700778-07, 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde en het onder parketnummer 05/501587-07 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: Onder parketnummer: 05/900742-07: 1. hij op 03 augustus 2007 2007 te Tiel, opzettelijk [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk [slachtoffer1] meermalen, met een mes, in het hoofd en/of een lichaamsdeel (o.a. een hand) heeft gestoken en/of gesneden en/of met een mes, meermalen, met kracht tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het misdrijf vermeld/omschreven in artikel 310 en 311 lid 4 en 5 van het wetboek van strafrecht te weten, diefstal, in vereniging gepleegd op 3 augustus 2007 tot en met 4 augustus 2007 te Tiel, uit een woning [adres] van een aantal goederen o.a. een aantal videobanden en/of een laptop en/of een aantal sleutels en/of een aantal tassen met inhoud en/of een (video)camera en/of een aantal agenda's en/of een hoeveelheid andere goederen toebehorende aan S.A. [slachtoffer2] en waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf die woning heeft verschaft door middel van valse sleutel te weten met een gestolen/wederrechtelijk verkregen sleutel een deur van voormelde woning heeft/hebben geopend) welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemer straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; 2. hij op omstreeks 3 augustus 2007 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een berging behorende bij woning [adres] Tiel heeft weggenomen een aantal sleutels, toebehorende aan S.A. [slachtoffer2]; 3. hij in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 2 augustus 2007 te Kerk-Avezaath, gemeente Buren, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (sparta), toebehorende aan M.A. [slachtoffer4]; Onder parketnummer 05/700778-07: 1. hij op tijdstippen in de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel zijn, verdachtes, moeder [slachtoffer5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte telkens opzettelijk dreigend met gebalde vuisten en/of op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer5] voornoemd is gaan staan en/of zijn arm(en) dreigend heeft opgeheven en/of (een) slaande beweging(en) in de richting van die [slachtoffer5] heeft gemaakt en telkens daarbij voornoemde [slachtoffer5] dreigend (onder meer) de woorden heeft toegevoegd: "Ik wou dat je dood was, ik zal dansen op je graf, ik zal spugen op je graf, als je je bek niet houdt dan sla ik je bek dicht kankerhoer, voor mij ben je geen moeder, je moet zorgen dat ik elke dag vreten heb, het is jouw schuld dat ik aan de drugs ben, je hebt mij altijd verwaarloosd" en "Ik maak je af, ik maak je kapot, ik maak je geestelijk en lichamelijk af"; 2. hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel zijn, verdachtes, vader [slachtoffer6] heeft bedreigd met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend op (zeer) korte afstand van die [slachtoffer6] en/of op een voor die [slachtoffer6] duidelijk zichtbare wijze een metalen werktuigsleutel (baco), heeft getoond daarbij voornoemde [slachtoffer6] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "sla me dan"; 3. hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel opzettelijk en wederrechtelijk een of meer deuren, toebehorende aan [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6], heeft beschadigd te weten door met kracht tegen een deur te stompen/te slaan en een deur te forceren; 4. hij in de periode van 23 maart 2007 tot en met 12 juli 2007 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag 100 euro, toebehorende aan [slachtoffer6]; Onder parketnummer 05/ 501587-07: 1. hij op 01 december 2006 te Arnhem, ter terechtzitting van het Gerechtshof Arnhem als getuige in de zaak tegen [sla[slachtoffer7], nadat hij in handen van voorzitter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed/belofte had afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, in elk geval in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert en/of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling, persoonlijk, opzettelijk valselijk, geheel of ten dele in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:"ik heb bij de politie gelogen over de rol van [slachtoffer7] bij de brandstichting van de bussen en de diefstallen die toen plaatsvonden" en "ik heb [slachtoffer7] gewoon een loer willen draaien" en "een ander heeft die brand gesticht" en "ik heb bij de politie [slachtoffer7] valselijk beschuldigd omdat ik hem een hak wilde zetten. [slachtoffer7] had mijn vriendin genaaid. Dat was ongeveer anderhalf jaar voor de brandstichting gebeurd. Ik had dat ongeveer een week voor ik werd opgepakt gehoord. Ik nam het [slachtoffer7] kwalijk, maar ik had nog niet met hem daarover gesproken" en "ik mocht van [slachtoffer7] zijn auto gebruiken en ben die nacht alleen vanaf de flat waar ook [slachtoffer7] was naar de loods van Hermes gereden" en "de nacht van de brand heb ik [slachtoffer7] niet in de buurt van de garage gezien" en "ik heb [slachtoffer7] echt niet gezien en echt niet gesproken" en "mij wordt voorgehouden dat anderen anders lijken te verklaren, die moeten zich vergissen" en "ik heb bij de politie in mijn verklaring over de gebeurtenissen bij Hermes het een en ander verzonnen maar voor een deel komt die verklaring overeen met wat er echt gebeurd is. Het is dus niet zo dat die verklaring helemaal juist is en dat waar ik over [slachtoffer7] spreek X moet worden gelezen" en"Toen ik kort na de brand door de politie werd opgepakt, zag ik mijn kans schoon om [slachtoffer7] een hak te zetten. Zo is het gegaan. Ik heb hem dus vals beschuldigd"; Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen. 4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Onder parketnummer: 05/900742-07: Ten aanzien van feit 1: Doodslag en Diefstal met geweld, in vereniging gepleegd Ten aanzien van feit 2: Diefstal, in vereniging gepleegd Ten aanzien van feit 3: Diefstal Onder parketnummer 05/700778-07: Ten aanzien van feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht Ten aanzien van feit 2: Bedreiging met zware mishandeling Ten aanzien van feit 3: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen Ten aanzien van feit 4: Diefstal Onder parketnummer 05/ 501587-07: Ten aanzien van het tenlastegelegde feit: Meineed 4b. De strafbaarheid van de feiten Ten aanzien van het onder parketnummer 05/900742-07 bewezenverklaarde feit De raadsman heeft een onderbouwd beroep gedaan op noodweer. Ook dit verweer wordt verworpen.[slachtoffer1] en [slachtoffer3] hebben verdachte op heterdaad betrapt terwijl hij zich na een diefstal uit het huis van [slachtoffer2] uit de voeten wilde maken. Hun aanhouding –het vastpakken van verdachte- was rechtmatig (artikel 53 Wetboek van Strafvordering). Verdachte wist ook- blijkens zijn eigen verklaringen- dat dat de reden was waarom hij fysiek werd aangepakt door [slachtoffer1] en [slachtoffer3]. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat het fysieke aanpakken door [slachtoffer1] en/of [slachtoffer3] zodanig was of is geworden dat de aanpak buiten de grenzen van een rechtmatige aanhouding is getreden. De - eerste-verklaringen van verdachte houden dat niet in en de omstandigheid dat deze onder invloed van speed zijn afgelegd maakt nog niet dat deze verklaringen niet op waarheid berusten. Ook de verklaringen van [vriendin van verdachte] wijzen niet op buitensporig geweld van de zijde van [slachtoffer1] en [slachtoffer3]. Bovendien passen de verwondingen die verdachte heeft opgelopen niet bij een overmatig/buitensporig optreden door [slachtoffer1]. 5. De strafbaarheid van verdachte Ten aanzien van het onder parketnummer 05/900742-07 bewezenverklaarde feit Voorzover het betoog van de raadsman een beroep op noodweer-exces inhield, strandt dit verweer op de omstandigheid dat volgens de rechtbank geen sprake was van een wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer1] en/of [slachtoffer3]. Ook niet uit de hierna te noemen multidisciplinaire opgemaakte pro-justitia rapportage is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid ten aanzien van een of meer van de bewezenverklaarde feiten van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. 6. De motivering van de sanctie(s) Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met: - de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan; - de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op: • de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 30 januari 2008; en • een retourzending rapportageverzoek Reclassering Nederland, betreffende verdachte, gedateerd 24 september 2007; • een voorlichtingsrapport van de Justitiële Verslavingszorg Iriszorg, betreffende verdachte, gedateerd 14 november 2007; • een psychologisch pro-justitia onderzoek, betreffende verdachte, opgemaakt door A.J. de Groot, psycholoog, gedateerd 20 september 2007; • een multidisciplinair pro-justitia rapportage, betreffende verdachte, opgemaakt door drs. M.C. Overduin, psycholoog, gedateerd 11 juni 2008 en H.T.J. Boerboom, psychiater, gedateerd 2 juli 2008. De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Het feit waarbij [slachtoffer1] om het leven is gekomen door toedoen van verdachte is een zeer ernstig feit. [slachtoffer1] heeft die bewuste dag aan zijn burgerplicht voldaan door polshoogte te gaan nemen bij een verdachte situatie. Hierbij is hij op verdachte gestuit die zojuist een woninginbraak had gepleegd. De handelswijze van verdachte is zeer agressief geweest met als uiteindelijk gevolg, de dood van [slachtoffer1]. Verdachte heeft zich door deze situatie zelfs niet laten weerhouden om de opbrengst van de woninginbraak mee te nemen. Het aan de familie en nabestaanden van het slachtoffer toegebrachte leed is buitengewoon ernstig, zoals ook is gebleken uit de slachtofferverklaring die ter zitting is voorgelezen door de dochter van [slachtoffer1]. De nabestaanden zullen hun verdere leven met de gevolgen van het handelen van verdachte geconfronteerd worden en hiermee moeten leven. De bedreigingen en diefstallen gepleegd ten aanzien van de ouders van verdachte zijn eveneens ernstige feiten. Deze feiten hebben ervoor gezorgd dat zijn ouders gedurende deze periode in een constante angst voor dreigingen leefden omdat het gedrag van verdachte mede door het feit dat verdachte constant onder invloed van (hard)drugs verkeerde, onvoorspelbaar was. Tevens hebben de feiten zich alle afgespeeld in de woning van de slachtoffers, juist de plek waar zij zich veilig zouden moeten kunnen voelen. Verdachte heeft hierop een forse inbreuk gemaakt. De bewezenverklaarde meineed door verdachte is een ernstig feit, zeker nu deze heeft plaatsgevonden ten overstaan van een rechterlijk college. De door verdachte in strijd met de waarheid onder ede afgelegde verklaring ondermijnt de waarheidsvinding in ernstige mate en raakt het algemeen belang. De rechtbank acht gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden zoals hierboven genoemd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te noemen duur een passende strafrechtelijke reactie. De rechtbank komt ten aanzien van het onder 05/900742-07 bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. Voor de overige feiten acht de rechtbank, gelet op de ernst hiervan en de justitiële documentatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar passend. De rechtbank komt hierbij op een totaal lagere straf uit dan door de officier van justitie is geëist. De reden is gelegen in een vergelijk met eerder opgelegde straffen in soortgelijke gevallen. Voorts heeft de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat rekening gehouden met de conclusie uit het omtrent verdachte opgemaakte multidisciplinaire rapport, waaruit blijkt dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem tenlastegelegde, en thans bewezenverklaarde feiten enigszins tot licht verminderd toerekeningsvatbaar was. Vaststaat dat er bij verdachte sprake is van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis en dat behandeling noodzakelijk wordt geacht. De rechtbank is van oordeel dat de bescherming van de maatschappij slechts gewaarborgd kan worden door behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Behandeling anderszins wordt door de rapporteurs niet zinvol geacht. De rechtbank schaart zich achter hun advies. De maatregel wordt voorts gegrond op de door verdachte begane misdrijven, die behoren tot een der misdrijven genoemd in artikel 37a, eerste lid onder 1? van het Wetboek van Strafrecht. Nu voldaan is aan de wettelijke voorwaarden zal de rechtbank de ter beschikkingstelling gelasten en bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd. 6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade. De benadeelde partij [nabestaande van slachtoffer1] vordert een bedrag van € 256, 93 voor de materiële schade. De rechtbank acht dit deel toewijsbaar. Voorst vordert zij een deel immateriële schade (shockschade), te weten € 1.000,- . De rechtbank acht dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze in de strafzaak kan worden meegenomen. De rechtbank acht de benadeelde partij ten aanzien van dit deel niet-ontvankelijk. De benadeelde partij S.A. [slachtoffer2] vordert een bedrag van € 650,- . De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk verklaren nu het rechtstreekse verband tussen de gevorderde schade en het tenlastegelegde feit ontbreekt. Voorts is de gevorderde shockschade onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij [slachtoffer6] vordert een bedrag van € 935,-. De rechtbank acht de posten voor het gestolen contante geld à € 300,- en de vernieling van de deur à € 135,- toewijsbaar. Het gevorderde bedrag voor de immateriële schade van € 500,- stelt de rechtbank in ieder geval vast op een bedrag van € 200,-. Voor het overige deel van de vordering zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering. De benadeelde partij [slachtoffer5] vordert een bedrag van € 2.399,- . De rechtbank zal het materiele deel van de vordering afwijzen nu het rechtstreekse verband tussen de gevorderde schade en het tenlastegelegde feit ontbreekt. Het immateriële deel van de vordering stelt de rechtbank in ieder geval vast op een bedrag van € 200,-. Voor het overige deel van de vordering zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering. 7. De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 37a, 37b, 57, 207, 285, 287 310, 311, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. 8. De beslissing De rechtbank, rechtdoende: Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren en voorts: Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd. Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [nabestaande van slachtoffer1]. Wijst de vordering van de benadeelde partij ten toe. - Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [nabestaande van slachtoffer1], wonende te [adres], te betalen € 256,93 (zegge tweehonderdzesenvijftig euro en drieënnegentig cent). - Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. - Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken. Maatregel van schadevergoeding ad € 256,93, subsidiair 5 dagen hechtenis. - Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [nabestaande van slachtoffer1], wonende te [adres], te betalen € € 256,93, (zegge tweehonderdzesenvijftig euro en drieënnegentig cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. - Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [nabestaande van slachtoffer1], het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij S.A. [slachtoffer2], wonende te [adres]. Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer5]. Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe. - Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer5], wonende te [adres], te betalen € 200,- (zegge tweehonderd euro en nul eurocent). - Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. - Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken. Maatregel van schadevergoeding ad € 200,-, subsidiair 4 dagen hechtenis. - Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer5], wonende te [adres], te betalen € 200,- (zegge tweehonderd euro en nul eurocent), bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. - Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer5], het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer6]. Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe. - Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer6], wonende te [adres], te betalen € 635,- (zegge zeshonderdenvijfendertig euro en nul eurocent). - Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. - Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken. Maatregel van schadevergoeding ad € 635,- subsidiair 12 dagen hechtenis. - Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [adres], te betalen € 635,- (zegge zeshonderdenvijfendertig euro en nul eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. - Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer6], de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. Aldus gewezen door: mr. J.P. Bordes, rechter, als voorzitter, mr. G. Noordraven, rechter, mr. B.F.M. Klappe, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Westerdijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juli 2008.