Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD8283

Datum uitspraak2007-05-25
Datum gepubliceerd2008-07-30
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers06/4730
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verontreinigingsheffing bedrijfsruimte. Beroep op gelijkheidsbeginsel faalt. Geen gelijke gevallen.


Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB06/4730 Uitspraakdatum: 25 mei 2007 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen X, wonende te Z, eiseres, en de heffingsambtenaar van het waterschap P, verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding Verweerder heeft met dagtekening 31 januari 2006 aan eiseres voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag verontreinigingsheffing bedrijfsruimte opgelegd tot een bedrag van € 331,05 (hierna: de aanslag). Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 10 maart 2006 de aanslag verminderd tot een bedrag van € 174,24. Eiseres heeft daartegen bij brief van 2 april 2006, ontvangen bij de rechtbank op 10 april 2006, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2007 te Amsterdam. Namens verweerder is verschenen A. Eiseres is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 26 maart 2007 aan X op het adres a-straat 1 te Z, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiseres is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. 2. Tussen partijen vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en de verklaring van verweerder ter zitting, stelt de rechtbank als tussen partijen niet in geschil, de volgende feiten vast: 2.1. Eiseres drijft een onderneming in dameskleding en chemische wasserijen en ververijen aan de a-straat 1 te Z (hierna: de bedrijfsruimte). Bij de bedrijfsruimte bevindt zich een afzonderlijke woonruimte waar eiseres woont (hierna: de woonruimte). Vanuit de bedrijfsruimte en woonruimte wordt afvalwater afgevoerd op de gemeentelijke riolering. 2.2. Het waterverbruik van de bedrijfsruimte en de woonruimte bedroeg in 2005 223m³. 2.3. De aanslag verontreinigingsheffing voor de bedrijfsruimte is, na de uitspraak op bezwaar, berekend naar 3 vervuilingseenheden en bedraagt € 174,24. 2.4. Aan de winkel gelegen aan de a-straat 2 is voor het jaar 2006 een definitieve aanslag opgelegd ten bedrage van € 58,08. 3. Geschil In geschil is de hoogte van de aanslag. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de belastingaanslag tot een bedrag van € 58,08. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 4. Beoordeling van het geschil 4.1. Niet in geschil is de berekening van de aanslag. Eiseres stelt dat de aanslag te hoog is vastgesteld in vergelijking met de aanslag voor de winkel aan de a-straat 2. De rechtbank verstaat deze grief als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel kan alleen slagen als sprake is van een ongelijke behandeling van gevallen voortkomend uit een door verweerder gevoerd begunstigend beleid of uit een oogmerk van begunstiging dan wel wanneer in een meerderheid van de vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven. Voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel dient in de eerste plaats sprake te zijn van gelijke gevallen. Daarvan is in casu geen sprake. Verweerder stelt, onweersproken, dat de aanslag van de winkel aan de a-straat 2 (een detailhandel in speelgoed en geschenkartikelen) lager is vastgesteld aangezien het waterverbruik onder de grens van 44m³ is gebleven. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat geen sprake is van gelijke gevallen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel kan derhalve niet worden gehonoreerd. 4.2. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard. 5. Proceskosten De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 6. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 25 mei 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. R.G. Kemmers, rechter, in tegenwoordigheid van mr. drs. B.J.E. Lodder, griffier. Afschrift verzonden aan partijen op: De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep.