Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD8384

Datum uitspraak2008-06-17
Datum gepubliceerd2008-07-23
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Groningen
Zaaknummers65554 / FA RK 03-1117
Statusgepubliceerd


Indicatie

Afwijzing van het verzoek tot afgifte van een herstelbeschikking, omdat er geen sprake is van een duidelijke verschrijving die voor derden kenbaar is.


Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN Sector Civielrecht zaaknr.: 65554 / FA RK 03-1117 beschikking d.d. 17 juni 2008 inzake [de man], wonende te [adres], verzoeker, hierna te noemen de man, procureur mr. S.A. Wortmann, en [de vrouw], wonende te [adres], verweerster, hierna te noemen de vrouw, procureur mr. J.M. van Duursen. PROCESGANG Op 21 april 2008 is ter griffie van de rechtbank binnengekomen een brief van mr. S. Wortmann. In deze brief wordt verzocht de beschikking van 13 januari 2004 te herstellen in verband met het feit dat de rechtbank er vanuit is gegaan dat de vrouw op 11 juni 2008 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, terwijl de vrouw de pensioengerechtigde leeftijd op 15 april 2008 heeft bereikt. Op 3 juni 2008 is ter griffie van de rechtbank een brief van mr. J.M. van Duursen binnengekomen waarin is verzocht het verzoek af te wijzen. RECHTSOVERWEGINGEN De vrouw stelt zich op het standpunt dat het verzoek van de man buiten de reikwijdte van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) valt, omdat de rechtbank in de beschikking steeds uitgaat van de datum 11 juni 2008 waarop de vrouw 65 jaar wordt. Bovendien was de man ook al op 13 januari 2004 op de hoogte dat de vrouw op 15 april 2008 de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken, zodat de man dit verzoek ook eerder had kunnen indienen. Door dit verzoek eerst nu te doen, nadat de vrouw 65 is geworden, komt zij bij toewijzing van het verzoek in financiële problemen te verkeren. Uit artikel 31 Rv vloeit voort dat de mogelijkheid van verbetering te allen tijde bestaat. De wetgever heeft uitdrukkelijk ervan afgezien om een termijn op te nemen waarbinnen verbetering moet worden verzocht. Zelfs indien tegen een beschikking geen rechtsmiddelen meer open staan, is verbetering toegestaan. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de man ontvankelijk is in zijn verzoek. Uit de overgelegde processtukken valt af te leiden dat het vaststaat dat de vrouw op 15 april 2008 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De rechtbank heeft evenwel in de rechtsoverwegingen overwogen dat de vrouw op 11 juni 2008 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en dat aannemelijk is dat haar financiële situatie met ingang van die datum zal wijzigen. Hierin heeft de rechtbank aanleiding gezien de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw te verlengen tot 11 juni 2008 opdat dan een nieuwe beoordeling zal plaatsvinden. Gelet op het feit dat het alleen voor partijen duidelijk is dat de vrouw de pensioengerechtigde leeftijd op 15 april 2008 bereikt en niet op 11 juni 2008 is de rechtbank van oordeel dat voormelde beschikking een kennelijke voor partijen kenbare verschrijving bevat. Voor toepassing van artikel 31 Rv is het echter, blijkens de parlementaire wetsgeschiedenis, van belang dat het voor partijen én derden direct duidelijk dient te zijn dat van een vergissing sprake is. Nu uit de beschikking van 13 januari 2004 niet blijkt dat de vrouw de pensioengerechtigde leeftijd op 15 april 2008 bereikt, is de rechtbank van oordeel dat het hier niet om een duidelijke verschrijving gaat die ook voor derden kenbaar is. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet voldaan is aan de vereisten van artikel 31 Rv. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. BESLISSING wijst het verzoek met betrekking tot verbetering van de beschikking van 13 januari 2004 af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Goederee in tegenwoordigheid van mr. L.J. van der Heide als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2008.