Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD8573

Datum uitspraak2008-07-24
Datum gepubliceerd2008-07-24
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers11/500680-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het seksueel binnendringen van iemand beneden twaalf jaar en de subsidiair ten laste gelegde ontucht.


Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 11/500680-06 Zittingsdatum: 10 juli 2008 Uitspraak: 24 juli 2008 VERKORT STRAFVONNIS De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen: [Verdachte], geboren in 1971, wonende te [adres en woonplaats]. De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht. 1. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 01 november 2004 tot en met 10 november 2006, althans op of omstreeks 6 november 2006 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, (meermalen, althans eenmaal), (telkens) met een meisje genaamd [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden; SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 01 november 2004 tot en met 10 november 2006 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd (telkens) met een meisje genaamd [slachtoffer] geboren op [datum], die toen de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt, immers heeft hij verdachte (telkens): - een of meer van zijn vingers in of tegen de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of - in zijn, verdachtes bijzijn, zijn zoontje [naam]: -die [slachtoffer] kleding uit laten/ doen trekken en/of -een of meer van diens vingers in of tegen de (blote) vagina van die [slachtoffer] doen/ laten houden en/of brengen en/of -(naakt) op en/of naast die [slachtoffer] heeft doen/laten liggen; 2. De voorvragen 2.1 De geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is. 2.2 De bevoegdheid van de rechtbank Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. 2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. 2.4 De schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken. 3. Het onderzoek ter terechtzitting 3.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft - het primair ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 166 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 3.2 De verdediging De verdediging heeft een bewijsverweer gevoerd. 4. De bewijsbeslissingen De vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen wat aan de verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. De verdenking in deze zaak bestaat, eenvoudig gezegd, met name hierin dat verdachte op 7 november 2006 ’s middags met zijn 5-jarig zoontje [naam] en hun 8-jarige buurmeisje [slachtoffer] naar zijn boot is gegaan. Op de boot zou verdachte in het kajuitje [slachtoffer] broek of rok naar beneden hebben gedaan, en zijn vinger in haar vagina hebben geduwd, terwijl hij daarbij zei “dit blijft ons geheimpje he” en/of “dit vind je toch wel lekker he”. [zoon] zou daarbij hebben toegekeken, terwijl ook hij zijn broek naar beneden had en zei dat hij wilde, maar dat niet mocht van zijn vader. Verder zou verdachte haar in zijn huis ook enkele malen hebben betast, terwijl [zoon] erbij stond te kijken dan wel was [zoon] bovenop haar gaan liggen en had sexueel getinte bewegingen gemaakt terwijl zijn vader erbij stond te kijken en dat aanmoedigde. Dit aldus de door [slachtoffer] in een studioverhoor afgelegde verklaring. Deze verklaring roept vragen op. In de eerste plaats is het niet echt voor de hand liggend dat iemand die op deze manier een pedofiel delict pleegt daarbij een 5-jarig jongetje met ontbloot onderlichaam laat toekijken zonder deze in de handelingen te betrekken, terwijl het jongetje daardoor wel een potentiële getuige wordt. In de tweede plaats is de plaats delict, het kajuitje voorop de boot, niet voor de hand liggend. Enkele kennissen van verdachte hebben schriftelijk verklaard dat de boot op de pleegdatum werd opgeknapt en/of dat de kajuit vol stond met rommel en dus niet goed kon worden betreden. Ook zijn door verdachte foto’s overgelegd van het interieur van de kajuit, zoals dat er op de pleegdatum zou hebben uitgezien. Of die foto’s de werkelijkheid weergeven is niet zeker te zeggen, maar politiefoto’s die een beeld geven van de situatie op of zo kort mogelijk na 7 november 2006 zijn er niet. Op de foto’s is te zien dat het kajuitje vol staat met verf, gereedschap, een gasfles en dat de vlonders rechtop tegen de zijkant staan. Die situatie nodigt niet uit tot het verrichten van de handelingen zoals [slachtoffer]verklaart. In de derde plaats is het kajuitje alleen bereikbaar via een klapdeur, die naar verdachte verklaart op slot zat, mede omdat hij er gereedschap bewaarde. De sleutel bewaarde zijn vrouw en als hij hem nodig had vroeg hij die sleutel aan haar. Op dat punt wordt zijn relaas door zijn echtgenote bevestigd. Verdachte stelt op de pleegdatum geen sleutel te hebben gevraagd en meegenomen, omdat hij alleen van plan was de boot aan de buitenkant op te meten en er weinig tijd was, omdat het eten bijna klaar was. In de vierde plaats wijkt het relaas van [slachtoffer] af van de verklaringen van verdachte en van [zoon]. Verdachte verklaart dat hij tussen 15.30 en 15.45 uur met [slachtoffer] en [zoon] naar de haven is gegaan en daar zeer kort, enkele minuten, bij de boot heeft verbleven om deze op te meten in verband met een dektent. [slachtoffer] en [zoon] zouden op de steiger voor de boot zijn blijven staan, omdat [zoon] niet kon zwemmen. Wel zou [slachtoffer] verdachte even hebben geholpen de boot midscheeps in de breedte op te meten, door de rolmaat vast te houden. Rond 16.00/16.15 uur zijn zij weer in verdachtes brommobiel naar huis gereden. [slachtoffer] heeft vervolgens bij [zoon] thuis macaroni gegeten en stond rond 17.00 weer bij haar moeder voor de deur. Hoewel niet onmogelijk moet verdachte wel snel en doelgericht te werk zijn gegaan om zowel op de boot te doen wat hij er moest doen (hij was er immers niet voor niets heen gegaan) als te doen waarover [slachtoffer] verklaart. Verder komt uit een aantal verklaringen naar voren dat [slachtoffer] niet alleen bij verdachte in huis met [zoon], maar ook met een ander buurjongetje [naam], af en toe het initiatief nam tot het spelen van spelletjes met een sexuele ondertoon. Dat roept de vraag op of [slachtoffer] verklaart vanuit de werkelijkheid, of slechts fantaseert, of dat werkelijkheid en fantasie bij haar door elkaar lopen. Tot slot de verklaring van [zoon]. Gezien die verklaring vermoedt de rechtbank dat [zoon] tevoren over de zaak met zijn ouders heeft gesproken, althans heeft gehoord wat zij ervan vonden. Enkele malen verklaart hij dat hij dingen niet mag zeggen. Ook antwoordt hij een aantal malen “weten ze niet” (waarmee hij waarschijnlijk zijn familie bedoelt) en meldt hij dat zijn moeder zegt dat [slachtoffer] gelogen heeft. Of [zoon] op dit punt is geïnstrueerd valt niet met zekerheid te zeggen en als dat zo zou zijn geweest duidt dat op zich er nog niet op dat verdachte en/of zijn familie hiermee feiten hebben willen verhullen. Er kan ook sprake geweest zijn van angst dat ook [zoon], een toen 5-jarig jongetje, tijdens het verhoor zou gaan fantaseren. Aan de verklaring van [zoon] valt verder op dat hij over zijn verblijf met [slachtoffer] op de boot – [slachtoffer] zou maar één keer op de boot geweest zijn – gedurende het studioverhoor wisselend verklaart. Er zou met hout en/of ministeck gespeeld zijn, maar ook in het water zijn gespetterd. Ook zijn moeder zou erbij zijn geweest. En zijn zus. Terwijl uit andere verklaringen vast staat dat verder alleen [slachtoffer] en verdachte bij de boot waren. Opvallend is wel dat [zoon] op enig moment verklaart dat hij van zijn broer niet mag zeggen wat er op de boot is gebeurd. Het zou echter kunnen dat hij hiermee de rubberboot (speedboot) van zijn broer in gedachten heeft, waarover hij eerder in het verhoor vertelt. Verdachte verklaarde ter zitting dat [zoon] en zijn broer daar wel eens mee voeren, wat hij niet goed vond omdat [zoon] niet aan de motor mocht zitten en bovendien niet kon zwemmen. Mogelijk is dat stiekem toch nog een keer gebeurd. Hoe het ook zij, de verklaring van [zoon] is dusdanig wisselend dat op zijn minst de vraag rijst of hij niet een aantal uiteenlopende herinneringen en indrukken door elkaar haalt. Gezien het voorgaande kan de rechtbank in deze zaak niet goed vaststellen wat er is gebeurd. De vragen die rondom de gebeurtenissen op de boot rijzen raken ook de tenlastegelegde handelingen voorzover die in verdachtes woning zouden hebben plaatsgevonden. Mitsdien zal de verdachte worden vrijgesproken. 5. De beslissing De rechtbank verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. A.P. Hameete, voorzitter, mr. R.E. Drenth en mr. S.H. Gaertman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Herlaar,griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2008. Wegens afwezigheid is mr. R.E. Drenth buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.