
Jurisprudentie
BE9927
Datum uitspraak2008-08-20
Datum gepubliceerd2008-09-09
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/1981 WW
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-09
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/1981 WW
Statusgepubliceerd
Indicatie
Intrekking hoger beroep. Uwv is aan bezwaren van appellante tegemoet gekomen. Proceskostenveroordeling.
Uitspraak
07/1981 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2007, 06/4434 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: betrokkene).
Datum uitspraak: 20 augustus 2008.
I. PROCESVERLOOP
Mr. A. van den Os, werkzaam bij ARAG te Leusden, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 9 april 2008 heeft de gemachtigde van appellante de Raad meegedeeld dat het Uwv met het besluit van 10 maart 2008 is tegemoet gekomen aan het bezwaar van appellante, en heeft het hoger beroep ingetrokken. Verzocht is tevens het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaalde en na te betalen uitkering
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 17 maart 2006 heeft het Uwv enige achterstallige betalingsverplichtingen van de werkgever overgenomen en daarbij een verrekening toegepast.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante wegens verleende rechtsbijstand, begroot op € 644,-- in beroep en € 644,-- in hoger beroep, totaal derhalve € 1.288,--.
Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling van de uitkering acht de Raad toewijsbaar in dier voege dat de ingangsdatum wordt gesteld op 1 mei 2006.
Voor de verdere berekening wordt verwezen naar ’s-Raads uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, RSV 1996/182 en JB 95/314.
Voorts merkt de Raad op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv kan wenden, voor zover het griffierecht niet reeds spontaan door het Uwv is vergoed.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van renteschade als hierboven is weergegeven.
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.288,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2008.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
HD