Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF2284

Datum uitspraak2008-09-25
Datum gepubliceerd2008-09-25
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers76750 / KG ZA 08-172
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Huurovereenkomst. Overlast door geblaf van hond, genaamd Rex, in de tuin en het los laten lopen van honden op straat. Onvoldoende voor gevorderde ontruiming van het gehuurde. Toewijzing subsidiaire vordering om hond genaamd Rex uit het gehuurde te verwijderen toegewezen. Vordering tot aangelijnd houden van honden eveneens toegewezen. Vordering tot aangelijnd houden van honden eveneens toegewezen, maar voor beperkt gebied.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK DORDRECHT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 76750 / KG ZA 08-172 Vonnis in kort geding van 25 september 2008 in de zaak van de stichting WOONSTICHTING UNION, gevestigd te Oud-Beijerland, eiseres, advocaat mr. V.J. Groot te Dordrecht, namens behandelend advocaat mr. N.C. van Eck te Rotterdam, tegen [gedaagde], wonende te Numansdorp, gedaagde, advocaat mr. P.C.E. van den Hoek te Oud-Beijerland. Partijen zullen hierna Union en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. De voorzieningenrechter heeft ter terechtzitting van 11 september 2008 kennis genomen van de volgende processtukken: - de dagvaarding van 3 september 2008, met producties, - de door beide partijen overgelegde producties. 1.2. De voorzieningenrecht heeft op de voormelde terechtzitting C.J. de Nood als informant gehoord. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Union is als woningcorporatie een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet. 2.2. Union verhuurt sinds 16 augustus 1999 de aan haar toebehorende woning gelegen aan de [adres 1] te Numansdorp aan [gedaagde]. 2.3. [gedaagde] heeft thans drie grote honden, waaronder een herdershond genaamd Rex (hierna ook aangeduid als Rex). Rex verblijft in een kennel in de achtertuin van de woning van [gedaagde] en wordt regelmatig in de tuin losgelaten. De twee andere honden verblijven in de woning van [gedaagde]. 2.4. Rex is afgericht als een politiehond. 2.5. De woning aan de [adres 2] te Numansdorp wordt door Union verhuurd aan de heer en mevrouw [belanghebbende], die eveneens een hond bezitten. 2.6. Sinds geruime tijd slaat Rex aan zodra mevrouw [belanghebbende] de achtertuin van haar woning betreedt. 2.7. [gedaagde] heeft rondom zijn woning vier videocamera’s hangen. 3. Het geschil 3.1. Union vordert samengevat - : 1. primair: [gedaagde] te veroordelen de woning aan de [adres 1] te ontruimen en te verlaten, met machtiging van Union deze ontruiming zonodig zelf, met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie op kosten van [gedaagde] te doen uitvoeren; subsidiair: [gedaagde] te veroordelen om de herdershond genaamd Rex uit de woning en de tuin van de woning aan de [adres 1] te Numansdorp te verwijderen, met machtiging van Union deze verwijdering zonodig met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie op kosten van [gedaagde] te doen uitvoeren en de hond naar een asiel te brengen of een andere verblijfplaats in overleg met [gedaagde]; 2. [gedaagde] te veroordelen al zijn honden aangelijnd te houden als deze worden uitgelaten, behoudens op plaatsen die door de gemeente zijn aangegeven als hondenuitlaatgebied, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom; 3. [gedaagde] te veroordelen om de vier videocamera’s te verwijderen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom; 4. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. Union stelt daartoe het volgende. [gedaagde] veroorzaakt ernstige overlast aan omwonenden door: - veelvuldig luid geblaf en agressief gedrag van zijn hond Rex, - het los laten lopen van zijn vier grote honden op straat; - intimiderend gedrag van hemzelf en zijn vriendin. - door 4 videocamera’s rondom zijn woning op te hangen, waarmee hij inbreuk lijkt te maken op de privacy van zijn omwonenden. Ondanks diverse waarschuwingen gaat de overlast onverminderd door. Aldus handelt [gedaagde] in strijd met zijn in artikel 7:213 BW neergelegde verplichting om zich als een goed huurder te gedragen en geen overlast te veroorzaken. De situatie is onhoudbaar geworden. 3.3. [gedaagde] voert verweer. De inhoud daarvan zal voor zover nodig hierna nader worden omschreven. 4. De beoordeling 4.1. Uitgangspunt is dat [gedaagde] zich jegens Union als een goed huurder dient te gedragen en dat het hem niet is toegestaan om omwonenden overlast te veroorzaken. Daarbij geldt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor overlast die wordt veroorzaakt door zijn honden, hetgeen ook niet door [gedaagde] wordt bestreden. 4.2. De betwisting van [gedaagde] en de door hem overgelegde brieven van buurtbewoners doen er niet aan af dat op grond van de door Union overgelegde stukken voldoende aannemelijk is dat niet alleen de heer en mevrouw [belanghebbende] maar ook andere direct omwonenden geruime tijd ernstige overlast ondervinden van veelvuldig en langdurig luid geblaf van Rex en dat dit ook de afgelopen maanden het geval is geweest. Gelet op de korte afstand waarop deze direct omwonenden van de woning van [gedaagde] wonen, is ook niet aannemelijk dat zij, zoals [gedaagde] betoogt, abusievelijk het geblaf van andere honden in de buurt aan Rex toedichten. Voorts is op grond van de door Union overgelegde stukken aannemelijk dat zij in het afgelopen jaar met betrekking tot de overlastklachten regelmatig contact heeft gehad met [gedaagde]. Niet in geschil is dat hierop door [gedaagde] maatregelen zijn getroffen om het blaffen door Rex te verminderen, maar gezien het vorenstaande zijn deze kennelijk zonder (afdoende) resultaat. 4.3. Niet ter discussie staat dat het belang van mevrouw [belanghebbende] bij onbelemmerd normaal gebruik van haar tuin en berging zwaarder dient te wegen dan het belang dat [gedaagde] heeft bij het houden van Rex in de tuin van zijn woning. 4.4. Het verweer van [gedaagde] dat Rex reageert op mevrouw [belanghebbende] en zij niet volledig meewerkt om een oplossing te bereiken door contact met Rex te weigeren, waarmee bij Rex de spanning zou kunnen worden weggenomen, kan [gedaagde] niet baten. Daargelaten of de momenten waarop Rex blaft, zoals [gedaagde] stelt maar door Union wordt bestreden, hoofdzakelijk samenhangen met bewegingen van mevrouw [belanghebbende], brengt dit immers geenszins mee dat de omwonenden de overlast die zij van het geblaf van Rex ondervinden hebben te aanvaarden. Bovendien kan niet worden ingezien dat van mevrouw [belanghebbende] het voorgestelde contact met Rex kan worden gevergd. Niet gesteld is immers dat zeker is dat het voorgestelde contact tussen hen het beoogde resultaat zal hebben en het feit dat Rex is afgericht is als een politiehond maakt de vrees die mevrouw [belanghebbende] voor Rex heeft ook niet onverklaarbaar. 4.5. Naast de door Union overgelegde verklaringen van de heer en mevrouw [belanghebbende] bieden de door Union overgelegde stukken voldoende steun voor het gestelde herhaaldelijk uitschelden van mevrouw [belanghebbende] door de vriendin van [gedaagde]. Dit geldt niet voor het overige gestelde intimiderend gedrag jegens de heer en mevrouw [belanghebbende]. 4.6. Tegenover de betwisting van [gedaagde] blijkt uit de door Union overgelegde stukken voldoende dat [gedaagde] zijn honden los op straat laat lopen, wat ook de afgelopen maanden het geval is geweest. Niet in geschil is dat dit in strijd is met de algemene plaatselijke verordening en dat Union op grond van artikel 12a lid 1 van het Besluit Beheer Sociale Huursector heeft te waken voor de leefbaarheid van de woonomgeving van de door haar verhuurde woningen. Nu uit vorenbedoelde stukken blijkt dat het los laten lopen van de honden van [gedaagde] door een aantal omwonenden als intimiderend wordt ervaren en zij daarvan hinder ondervinden, is aannemelijk dat Union er recht op en belang bij heeft dat [gedaagde] zich in de directe omgeving van het gehuurde aan de plaatselijke verordening houdt. De vordering om de honden aangelijnd te houden is derhalve toewijsbaar, met dien verstande dat het gebied waarin het gebod geldt dient te worden beperkt als na te melden. Voorts bestaat er aanleiding de gevorderde dwangsom aan de na te melden modaliteit en het na te melden maximum te binden. 4.7. [gedaagde] betwist dat hij met de door hem rondom zijn woning aangebrachte videocamera’s inbreuk maakt op de privacy van zijn omwonenden. Ten aanzien van de videocamera’s die zijn gericht op de berging van [gedaagde] en het voetpad voor en achter zijn woning, is de gestelde inbreuk niet door Union gemotiveerd, laat staan voldoende onderbouwd. De gestelde inbreuk met de door [gedaagde] op zijn berging geplaatste videocamera is onvoldoende door Union aannemelijk gemaakt. De door haar overgelegde foto van de camera op de berging van [gedaagde], bezien in samenhang van de door [gedaagde] overgelegde foto van dezelfde berging, biedt – gelet op de hoogte van de schutting tussen beide erven en de hoogte waarop de videocamera is bevestigd – onvoldoende steun voor het gestelde vermoeden van mevrouw [belanghebbende] dat de betreffende camera (mede) gericht is op haar achterdeur. De gevorderde verwijdering van de videocamera’s dient onder deze omstandigheden afgewezen te worden. 4.8. Voor toewijzing van de gevorderde ontruiming is slechts plaats indien van Union in redelijkheid niet kan worden verlangd dat [gedaagde] nog langer gebruik maakt van het gehuurde ook al is de huurovereenkomst nog niet rechtsgeldig geëindigd, en boven redelijke twijfel verheven is dat ook de rechter in de bodemprocedure zo zal beslissen. Dit zal niet het geval zijn indien minder vergaande maatregelen volstaan om de overlast die door [gedaagde] wordt veroorzaakt weg te nemen. 4.9. Aannemelijk is dat de vorenbedoelde veroordeling om de honden aangelijnd te houden, volstaat om de gestelde overlast die omwonenden ondervinden door het los lopen van de honden van [gedaagde] tegen te gaan. Aannemelijk is dat met de verwijdering van Rex uit de woning en de tuin van [gedaagde] volstaat om de overlast die omwonenden van Rex ondervinden weg te nemen. Alhoewel aannemelijk is dat de vriendin van [gedaagde] mevrouw [belanghebbende] meermalen heeft uitgescholden, is voorshands niet gebleken dat dit dermate structureel geschiedt dat er geen twijfel over kan bestaan dat de bodemrechter alleen op grond daarvan zal over gaan tot ontbinding van de huurovereenkomst. Ander overlastgevend gedrag is blijkens het voorafgaande niet aannemelijk geworden. 4.10. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de primair gevorderde ontruiming van het gehuurde dient te worden afgewezen, maar dat de subsidiair gevorderde verwijdering van Rex uit het gehuurde dient te worden toegewezen. [gedaagde] zal na te melden redelijke termijn worden geboden om in een vervangende verblijfplaats voor Rex te voorzien. 4.11. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Union worden begroot op: - dagvaarding € 85,44 - vast recht 254,00 - salaris advocaat/procureur 816,00 Totaal € 1.155,44 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de herdershond genaamd “Rex” uit de woning en tuin van de woning aan de [adres 1] te Numansdorp te verwijderen; 5.2. machtigt Union de voormelde verwijdering zonodig met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie op kosten van [gedaagde] te doen uitvoeren en de hond naar een asiel te brengen of een andere verblijfplaats in overleg met [gedaagde]; 5.3. veroordeelt [gedaagde] in het gebied tussen de [adres], [adres] en de [adres] te Numansdorp, de genoemde straten tot aan de onderlinge kruisingen daaronder begrepen, al zijn honden aangelijnd te houden als deze worden uitgelaten, behoudens op plaatsen die door de gemeente zijn aangegeven als hondenuitlaatgebied; 5.4. bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom zal verbeuren van € 100,-- voor iedere keer dat hij in gebreke blijft aan de onder 5.3 vermelde veroordeling te voldoen, zulks tot een maximum van € 5.000,-; 5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Union tot op heden bepaald op € 1.155,44; 5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.7. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2008.?