Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BG4341

Datum uitspraak2008-11-06
Datum gepubliceerd2008-11-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers97632 / KG ZA 08-353
Statusgepubliceerd


Indicatie

Krakers in een pand te Bussloo (gemeente Voorst) moeten eruit. Daarnaast worden de krakers veroordeeld tot het betalen van de helft van de proceskosten van de eiseres (eigenaar pand).


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Civiel – Afdeling Handel zaaknummer / rolnummer: 97632 / KG ZA 08-353 Vonnis in kort geding van 6 november 2008 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ [eiseres] B.V., gevestigd te Twello, eiseres, advocaat mr. J.W. Kobossen te Nijmegen, tegen 1. [gedaagde], gedaagde, advocaat mr. E.Th. Hummels te Zeist en 2. DE PERSONEN DIE VERBLIJVEN IN DE GEBOUWDE ONROERENDE ZAAK: HET PAND AAN DE [adres] TE WILP, GEMEENTE VOORST, gedaagden, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook [eiseres], [gedaagde] respectievelijk de overige krakers worden genoemd. 1. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de verstekverlening tegen de overige krakers - de pleitnota van [eiseres] - de pleitnota van [gedaagde]. 2. De feiten 2.1. [eiseres] is een beleggingsmaatschappij. Haar ondernemingsactiviteiten richten zich op het exploiteren van onroerende zaken door onder meer verhuur en verkoop. 2.2. Op 30 december 1999 is ten behoeve van [eiseres] gevestigd een recht van erfpacht van een perceel grond gelegen aan de [adres] te Wilp en het recht van opstal tot het in eigendom hebben en houden van het op dat perceel gelegen woonhuis met overige opstallen (hierna: het woonhuis). Het perceel grond is gelegen in recreatiegebied Bussloo. Eigenaar van dit recreatiegebied is de Recreatiegemeenschap Veluwe (RGV). [eiseres] betaalt aan RGV een erfpachtcanon van fl. 4.000,00 per jaar. 2.3. Met ingang van 1 maart 2002 heeft [eiseres] het woonhuis gedurende een aantal jaren verhuurd aan particulieren. De huurders zijn in de loop van 2007 achtereenvolgend uit het woonhuis vertrokken. 2.4. Gedaagden hebben het woonhuis in het voorjaar van 2008 gekraakt. 2.5. Bij brief van 22 mei 2008, op diezelfde dag bezorgd, heeft [eiseres] de krakers gesommeerd om uiterlijk diezelfde dag om 16.00 uur het woonhuis te ontruimen en te verlaten en ter beschikking van [eiseres] te stellen. De krakers hebben niet voldaan aan deze sommatie. 2.6. Op 26 mei 2008 heeft [eiseres] aangifte gedaan bij de politie van het wederrechtelijk in gebruik nemen en houden van het woonhuis door gedaagden. 2.7. Op 2 juni 2008 heeft [eiseres] bericht ontvangen dat de politie, na overleg met justitie, heeft besloten de zaak niet verder op te pakken omdat de laatste bewoner zich heeft laten uitschrijven op 21 mei 2007 en het woonhuis dus een jaar leeg heeft gestaan. 3. Het geschil 3.1. [eiseres] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden worden veroordeeld en bevolen om uiterlijk op 15 november 2008 het woonhuis aan de [adres] te Wilp, gemeente Voorst, met alle daarin aanwezige personen en zaken - voor zover deze niet in eigendom toebehoren aan [eiseres] - te verlaten en te ontruimen, zulks met machtiging tot tenuitvoerlegging van de veroordeling zo nodig met behulp van de sterke arm, met bepaling dat het vonnis gedurende een jaar na 15 november 2008 ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in voormeld woonhuis bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dit voordoet en met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding. 3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling Ten aanzien van [gedaagde] 4.1. [eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de krakers, waaronder [gedaagde], het woonhuis zonder recht of titel in gebruik hebben genomen en daardoor onrechtmatig tegenover haar handelen. Omdat zij tot de kraakactie zijn overgegaan binnen twaalf maanden nadat het directe rechtmatige gebruik van de huurder was geëindigd, is er sprake van een strafbaar feit en is een belangenafweging niet aan de orde. Het eerste protocol bij het EVRM biedt ook geen ruimte om storing van dat genot te aanvaarden in geval van kraken. Er zijn bovendien geen zwaarwegende belangen van de krakers waarvoor de belangen van [eiseres] als eigenaar zouden moeten wijken, aldus [eiseres]. Zij heeft een spoedeisend belang bij de vordering tot ontruiming omdat zij door de kraakactie wordt gefrustreerd in het uitoefenen van haar bedrijfsactiviteiten. [eiseres] heeft zich ingespannen om zo spoedig mogelijk een nieuwe huurder dan wel koper te vinden, maar potentiële huurders en kopers worden direct afgeschrikt wanneer zij vernemen dat er krakers in het woonhuis verblijven. [eiseres] lijdt hierdoor aanzienlijke schade en gedaagden bieden voor deze schade geen zekerheid. Bovendien is de verzekeringsdekking als gevolg van de kraakactie beperkt, waardoor [eiseres] meer risico loopt. Zij is ook ten opzichte van RGV gehouden om alles in het werk te stellen om een einde te maken aan het illegale verblijf. 4.2. [gedaagde] voert onder meer ten verwere aan dat er geen sprake is van een beperkte verzekeringsdekking en dat [eiseres] geen schade lijdt omdat de krakers als goede huisvaders met het pand omgaan en bezichtigingen gewoon en goed geordend kunnen plaatsvinden. Hij betwist verder dat [eiseres] jegens RGV gehouden zou zijn om actie tegen de krakers te ondernemen. Mede gelet op het tijdstip waarop de laatste huurder het woonhuis heeft verlaten, is er volgens [gedaagde] geen sprake van een spoedeisend belang bij ontruiming. 4.3. Tussen partijen is niet in geschil dat tussen hen geen huurovereenkomst of ander contract bestaat op grond waarvan [gedaagde] gerechtigd is in het woonhuis te verblijven. Ook indien ervan uit wordt gegaan dat er geen sprake is van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 429 van het Wetboek van Strafrecht omdat het woonhuis meer dan een jaar voorafgaand aan de kraakactie heeft leeggestaan, dan is er civielrechtelijk geen recht voor [gedaagde] ontstaan om het woonhuis in gebruik te nemen. Nu bovendien vast staat dat [eiseres] de krakers heeft gesommeerd de woning te verlaten, moet worden geconcludeerd dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft, waardoor hij inbreuk maakt op het opstalrecht Van [eiseres] en dus onrechtmatig jegens haar handelt. 4.4. Een afweging van de wederzijdse belangen van partijen valt niet uit in het voordeel van [gedaagde]. Zwaarwegende belangen aan de zijde van [gedaagde] die al dan niet tijdelijk zouden moeten prevaleren boven het belang van [eiseres] bij ontruiming, zijn gesteld noch gebleken. Dat [gedaagde] met zijn medekrakers een solidariteitsgroep vormt die zich verzet tegen leegstand is hiervoor onvoldoende. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde] ook elders kan wonen en dus voor zijn onderdak niet afhankelijk is van het kraken van het woonhuis. 4.5. [eiseres] heeft ook een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vordering. Het spoedeisend belang van [eiseres] is in beginsel reeds gelegen in het verkrijgen van de mogelijkheid om zo spoedig mogelijk een einde te maken aan de voortdurende vermogensaantasting, veroorzaakt door het feit dat het woonhuis wederrechtelijk in gebruik is zonder dat [eiseres], wier bedrijfsactiviteiten gericht zijn op het exploiteren van onroerende zaken, daarvoor een vergoeding ontvangt. [eiseres] heeft bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat zij ten gevolge van de kraakactie wordt gefrustreerd in haar pogingen om voor het woonhuis een nieuwe eigenaar of huurder te vinden doordat belangstellenden afhaken wanneer zij ervan op de hoogte raken dat het woonhuis gekraakt is. 4.6. De vordering jegens [gedaagde] is dus toewijsbaar, met inachtneming van het navolgende. Ten aanzien van de overige krakers 4.7. Nu de vordering ten aanzien van de overige krakers niet onrechtmatig of ongegrond moet worden geacht en er, mede gelet op hetgeen door [gedaagde] is aangevoerd, geen grond bestaat om jegens hen anders te oordelen, zal de vordering ook ten aanzien van de overige krakers op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen. Ten aanzien van alle gedaagden 4.8. Bepaald zal worden dat de ontruiming uiterlijk op 1 december 2008 zal dienen plaats te vinden. 4.9. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge art. 556 lid 1 en art. 557 Rv overbodig is. 4.10. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [gedaagde] en de overige krakers in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op: - dagvaarding EUR 71,80 - vast recht 254,00 - overige kosten 137,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal EUR 1.278,80 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. veroordeelt gedaagden om uiterlijk op 1 december 2008 het woonhuis aan de [adres] te Wilp, gemeente Voorst, met alle daarin aanwezige personen en zaken – voor zover deze niet in eigendom toebehoren aan [eiseres] – te verlaten en te ontruimen; 5.2. bepaalt dat deze veroordeling binnen de in art. 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet, 5.3. veroordeelt [gedaagde] en de overige krakers ieder tot betaling van de helft van de proceskosten aan de zijde van [eiseres], in totaal tot op heden begroot op EUR 1.278,80, 5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.5. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2008.