
Jurisprudentie
BG8855
Datum uitspraak2008-11-20
Datum gepubliceerd2009-01-05
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGemeensch. Hof van Justitie v.d. Ned. Antillen en Aruba
Zaaknummers182 HLAR 10/07
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-01-05
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGemeensch. Hof van Justitie v.d. Ned. Antillen en Aruba
Zaaknummers182 HLAR 10/07
Statusgepubliceerd
Indicatie
Eilandsraad heeft een verzoek van de Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs om een door haar op te richten school voor HAVO en VWO te bekostigen afgewezen. De eilandsraad betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de VPCO het beroep niet tijdig heeft ingesteld en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Hof stelt dat het Gerecht de termijnoverschrijding terecht verschoonbaar heeft geacht nu door het vonnis van het Hof van 26 november 2002 in zaak nr AR 749/01 H 266/02 bij VPCO onzekerheid kon bestaan over de vraag of tegen het Landsbesluit van 25 juli 2003 beroep bij de bestuursrechter openstond.
Uitspraak
182 HLAR 10/07
Datum uitspraak: 20 november 2008
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
de eilandsraad van het Eilandgebied Curaçao,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 5 maart 2007 in zaak nr. 2005/90 in het geding tussen:
de vereniging "Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs",
gevestigd op Curaçao
en
de Gouverneur van de Nederlandse Antillen.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 16 november 2000 heeft de eilandsraad van het Eilandgebied Curaçao (hierna: de eilandsraad) een verzoek van de Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs (hierna: VPCO) om een door haar op te richten school voor HAVO en VWO te bekostigen afgewezen.
Bij Landsbesluit van 25 juli 2003, no. 3, heeft de gouverneur van de Nederlandse Antillen (hierna: de gouverneur) het daartegen door VPCO bij hem ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 maart 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het daartegen door VPCO ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de gouverneur opgedragen om opnieuw op het bij hem ingestelde beroep te beslissen.
Tegen deze uitspraak heeft de eilandsraad bij brief van 16 april 2007, bij het Hof binnengekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 24 mei 2007 heeft VPCO van antwoord gediend.
Het Hof heeft de zaak, na aanvankelijke aanhouding ervan op verzoek van de eilandsraad, ter zitting behandeld op 19 september 2008, waar de eilandsraad, vertegenwoordigd door mr. L.M. Virginia, advocaat, VPCO, vertegenwoordigd door mr. M.F. Bonapart, advocaat, en de gouverneur, vertegenwoordigd door mr. I.E.A. Doorstam, werkzaam in dienst van het Land, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De eilandsraad betoogt dat het Gerecht, door VPCO in haar beroep te ontvangen, heeft miskend dat zij dat niet tijdig heeft ingesteld en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2.1.1. Op 22 januari 2004 heeft VPCO terzake van het Landsbesluit van 25 juli 2003 een vordering bij de burgerlijke rechter ingesteld. Bij vonnis van 9 augustus 2005 heeft het Hof de zaak naar de bestuursrechter verwezen. Met het naar aanleiding van dat vonnis bij het Gerecht ingekomen schrijven van 12 september 2005 heeft VPCO vervolgens het beroep ingesteld.
Het beroep is aldus niet binnen de daartoe gestelde termijn, die op 5 september 2003 geëindigd is, ingesteld. Het Gerecht heeft de termijnoverschrijding terecht verschoonbaar geacht, nu door het vonnis van het Hof van 26 november 2002 in zaak nr. AR 749/01-H.266/02 bij VPCO onzekerheid kon bestaan over de vraag of tegen het Landsbesluit van
25 juli 2003 beroep bij de bestuursrechter openstond, eerst door voormeld vonnis van het Hof van 9 augustus 2005 duidelijk is geworden dat dat zo was en VPCO het beroep vervolgens, zo spoedig als dit redelijkerwijs van haar verlangd kon worden, heeft ingesteld.
Het betoog faalt.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. De eilandsraad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. veroordeelt de eilandsraad van het Eilandgebied Curaçao tot vergoeding van de bij de Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Naf 1400,00 (zegge: veertien honderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de eilandsraad van het Eilandgebied Curaçao aan de Vereniging Protestants Christelijk onderwijs te worden betaald.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Wattel
Voorzitter
w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2008.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,