Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BG9888

Datum uitspraak2009-01-13
Datum gepubliceerd2009-01-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers152200 / KG ZA 08-595
Statusgepubliceerd


Indicatie

- een rechtspersoon kan behoudens uitzonderingen in een bij dagvaarding ingeleid kort geding slechts verschijnen door een advocaat of door iemand die statutair bevoegd is namens die rechtspersoon in en buiten rechte op te treden. - het openen ten behoeve van bedrijfsvoering door gedaagde van een website met een domeinnaam die (nagenoeg) gelijkluidend is aan de handelsnaam en de domeinnaam van de website van eisers, is onrechtmatig in de zin van strijdig met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel. Daarmee zaait gedaagde verwarringsgevaar bij het publiek en ontneemt zij eisers de mogelijkheid tot het ontplooien van zakelijke activiteiten die passen binnen het kader van hun bedrijfsvoering op een website onder die naam. Gedaagde heeft geen redelijk belang bij een website onder die naam - te meer daar zij zelf de bedoelde dommeinnaam niet mag gebruiken omdat dit gebruik in strijd is met artikel 5 van de Handelsnaamwet - en eisers hebben dat wel. De voorzieningenrechter gebiedt gedaagde op grond van het vorenstaande om de domeinnaam zonder vergoeding aan eisers over te dragen en al datgene te doen dat daarvoor nodig is.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 152200 / KG ZA 08-595 Vonnis in kort geding van 13 januari 2009 in de zaak van 1. de vennootschap onder firma [A], gevestigd te [plaats], en haar vennoten: 2. [B], wonende te [plaats], 3. [C], wonende te [plaats], eisers, advocaat mr. A.A. Bos, tegen de besloten vennootschap DE VLOERDERIJ B.V., gevestigd te Steenwijk, gedaagde, niet verschenen. 1. De procedure 1.1 De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding van eisers van 23 december 2008 met daarbij 14 producties. De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op 6 januari 2009. Ter zitting verschenen [B], [C], mr. Bos en [D]. Laatstgenoemde verklaarde bij aanvang van de zitting desgevraagd zelf geen partij te zijn in het geding, maar de schoonzoon van de directrice van gedaagde te zijn en in verband met haar verhindering wegens vakantie met haar schriftelijke toestemming naar de zitting te zijn gekomen. Tegen gedaagde is ter zitting verstek verleend. Eisers hebben daarna de bij dagvaarding ingestelde vorderingen toegelicht mede aan de hand van een in het geding gebrachte pleitnota, waarvan ter zitting ter informatie een afschrift is verstrekt aan [D]. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De verstekverlening 2.1 Een gedaagde partij kan volgens artikel 255, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), behoudens uitzonderingen die in dit geding niet aan de orde zijn, in een bij dagvaarding ingeleid kort geding slechts verschijnen door een advocaat (tot 1 september 2008 procureur) of in persoon. In de dagvaarding hebben eisers gedaagde daarom aangezegd hetzij vertegenwoordigd door een advocaat hetzij in persoon ter zitting te verschijnen. Een rechtspersoon, zoals gedaagde, kan alleen “in persoon” verschijnen door haar statutair directeur of door een andere hiertoe in de statuten van die rechtspersoon aangewezen persoon. Niet door een (schriftelijk) aangewezen gemachtigde, die geen advocaat is. Nu niet gesteld of gebleken is dat [D] statutair bevoegd is namens gedaagde in en buiten rechte op te treden, diende verstek tegen gedaagde te worden verleend. 3. De beoordeling van de vordering 3.1 De door eisers ingestelde vorderingen zijn gebaseerd op handelen in strijd met artikel 5 van de Handelsnaamwet. Het sub 1 en 2 van het petitum is op die grondslag toewijsbaar. Op grond van artikel 25 Rv. dient onderzocht te worden of, nu bedoeld artikel geen directe grondslag voor het sub 3 van het petitum gevorderde vormt, er een andere grondslag daarvoor aanwezig is. Die grondslag is dat het openen ten behoeve van bedrijfsvoering door gedaagde van een website met een domeinnaam die (nagenoeg) gelijkluidend is aan de handelsnaam en de domeinnaam van de website van eisers, onrechtmatig is in de zin van strijdig met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel. Gedaagde zaait door het openen van een website onder de domeinnaam plankenland.net verwarring bij het publiek en ontneemt voorts de mogelijkheid aan eisers tot het ontplooien van zakelijke activiteiten die passen binnen het kader van hun bedrijfsvoering op een website onder die domeinnaam. Gedaagde heeft geen redelijk belang bij een website onder de voormelde domeinnaam - zij handelt immers onder de naam De Vloerderij en zij heeft een website onder de domeinnaam De vloerderij.nl - en eisers hebben dat wel. Dat geldt te meer nu gedaagde zelf de bedoelde domeinnaam niet mag gebruiken omdat dit gebruik als gezegd in strijd is met artikel 5 van de Handelsnaamwet. 3.2 Het door eisers gevorderde komt de voorzieningenrechter dan ook niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal met inachtneming van het navolgende worden toegewezen. 3.3 De gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen op de in het dictum van dit vonnis onder 4.4 te vermelden wijze. 3.4 Aan de nakoming van het in het petitum van de dagvaarding onder sub 3 gevorderde betreffende de overdracht van de domeinnaam plankenland.net door gedaagde aan eisers, zal met het oog op de praktische uitvoering daarvan een termijn worden verbonden van twee weken na betekening van dit vonnis in plaats van vijf dagen na betekening van dit vonnis. 3.5 De voorzieningenrechter zal voorts een termijn voor het aanhangig maken van de bodemprocedure bepalen als bedoeld in artikel 1019i Rv. Een termijn van zes maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis komt de voorzieningenrechter onder de gegeven omstandigheden redelijk voor. 3.6 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. In zaken met betrekking tot handhaving van rechten van intellectuele eigendom, waaronder begrepen handelsnaamgeschillen krachtens artikel 5 van de Handelsnaamwet, wordt de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet (artikel 1019 jº 1019h Rv). Eisers hebben met het urenoverzicht van 30 december 2008 (productie 14 bij dagvaarding), voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in verband met deze procedure inclusief de zitting van 6 januari 2009 een bedrag van € 5.000,00 wegens advocaatkosten verschuldigd zijn. De voorzieningenrechter zal daarom bij de begroting van de advocaatkosten uitgaan van dit onbestreden gevorderde bedrag. 3.7 De kosten aan de zijde van eisers worden mitsdien begroot op: - dagvaarding € 71,80 - vast recht 254,00 - salaris advocaat 5.000,00 Totaal € 5.325,80 4. De beslissing De voorzieningenrechter: 4.1 gebiedt gedaagde om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de (handels)naam Plankenland of een soortgelijke (handels)naam te staken en gestaakt te houden; 4.2 gebiedt gedaagde om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de domeinnaam plankenland.net of een soortgelijke domeinnaam te staken en gestaakt te houden; 4.3 gebiedt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de domeinnaam plankenland.net zonder vergoeding aan eisers over te dragen en al datgene te doen dat daarvoor nodig is en bepaalt dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de rechtshandeling gehouden is; 4.4 bepaalt dat gedaagde voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij in strijd handelt met het onder 4.1 en/of het onder 4.2 en/of het onder 4.3 bepaalde, aan eisers een dwangsom verbeurt van € 5.000,00, tot een maximum van € 50.000,00; 4.5 veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 5.325,80; 4.6 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.7 wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2009. Als bij dit vonnis een vordering tegen u is toegewezen, kunt u bij de rechtbank daartegen in verzet komen. Het verzet moet namens u door een advocaat worden ingesteld. Voor het instellen van dit rechtsmiddel geldt slechts een korte termijn. Als u in verzet wilt komen, dient u zich dus zo spoedig mogelijk tot een advocaat te wenden. Mocht u op grond van onvoldoende financiële draagkracht niet in staat zijn de kosten daarvan te dragen, dan kunt u wellicht aanspraak maken op toevoeging van een bij de raad voor rechtsbijstand ingeschreven advocaat. Inlichtingen daarover zijn te verkrijgen bij het Juridisch Loket. Over de adressen en spreekuren van het Juridisch Loket zijn inlichtingen te verkrijgen bij de griffies van rechtbanken. N.B. Zolang op het verzet niet is beslist, blijft het vonnis van kracht en zal het in het algemeen ook door de deurwaarder ten uitvoer kunnen worden gelegd.