Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH1622

Datum uitspraak2009-02-02
Datum gepubliceerd2009-02-03
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
Zaaknummers24-002064-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Artikel 310/312 Wetboek van Strafrecht en art. 26 Wet wapens en munitie Verdachte wordt veroordeeld ter zake van twee gevallen van diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken. Voorts wordt verdachte veroordeeld ter zake van verboden wapenbezit (pistool). Verdachte is eerder veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten. Opgelegd is een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.


Uitspraak

parketnummer: 24-002064-08 parketnummers eerste aanleg: 07-607072-08 en 07-607158-08 Arrest van 2 februari 2009 van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 31 juli 2008 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-607158-08 en 07-607072-08 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen: [verdachte], geboren op [1986] te [geboorteplaats], thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen, verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.I. Roos, advocaat te Almere. Het vonnis waartegen het beroep is gericht De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis, in de gevoegde zaken, deels vrijgesproken en voor het overige wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals in dat vonnis is omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De officier van justitie en de verdachte zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van zaak A en zaak B onder 1 en 2 veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.575,- en dat daarbij de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 31 dagen vervangende hechtenis wordt opgelegd en dat de vordering van deze benadeelde partij voor het overige wordt afgewezen. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] gedeeltelijk wordt toegewezen tot een bedrag van € 375,- en dat daarbij de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis wordt opgelegd. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van deze benadeelde partij voor het overige wordt afgewezen. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis, voor zover dat aan hoger beroep is onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is in zaak A ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 29 november 2007 te[pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen - een geldbedrag (van ongeveer 1575 euro) en/of - een (zilverkleurige)( mobiele) telefoon (van het merk Nokia) en/of - een (roze)(mobiele) telefoon (van het merk Samsung) en/of - een (zwart/grijze)(mobiele) telefoon (van het merk Samsung) en/of - een (mobiele) telefoon (van het merk Samsung) en/of - een (grijze) (mobiele) telefoon (van het merk Nokia) en/of - een (groene) (mobiele) telefoon (van het merk Nokia) en/of - een (zwarte) portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of[slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die[slachtoffer 2] en/of een baby (van ongeveer 2 maanden oud), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) - die [slachtoffer 1] bij zijn keel heeft/hebben gegrepen en/of - (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben gericht op en/of in de richting heeft/hebben gehouden van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die baby en/of (hierbij) aan die [slachtoffer 2] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "stil zijn, anders schiet ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (onder bedreiging van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen de woonkamer in te lopen en/of op de bank te blijven zitten en/of -(vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben (mee)gesleurd en/of getrokken en/of geduwd in de richting van een slaapkamer en/of (hierbij) aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "kom mee naar de slaapkamer en wijs me waar de drugs zit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] (meermalen) op/tegen zijn hoofd en/of in/tegen zijn buik en/of op/tegen zijn voet, althans (meermalen) tegen zijn lichaam, heeft/hebben geslagen en/of getrapt en/of geschopt en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] op het bed heeft/hebben geduwd en/of - aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "als je de kamer uitgaat, schieten we", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (vervolgens) aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "wat is dit swah wat is dit, je vertelde dat je geen geld had", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking (waarbij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) dat geldbedrag aan die [slachtoffer 1] toonde) en/of - (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) (nogmaals) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die baby heeft/hebben gehouden en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 2] op een bed heeft/hebben gegooid en/of geduwd (als gevolge waarvan die [slachtoffer 2] op haar (daar liggende) baby is komen te vallen). Aan de verdachte is in zaak B ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 01 februari 2008 te gemeente [pleegplaats 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit de woning gelegen te [adres], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer een bijouteriekistje (inhoudende diverse gouden sieraden) en/of een of meer horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of een ander(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat - verdachte en/of zijn mededader(s) * zijn/hun voet tussen de deur de(e)d(en) en/of * (vervolgens) die [slachtoffer 3] naar achteren duwde en/of * (vervolgens) een vuurwapen onder zijn jas vandaan haalde en/of * (vervolgens) (constant) het vuurwapen op die [slachtoffer 3] richtte en/of gericht hield en/of * (vervolgens) die [slachtoffer 3] haar slaapkamer in duwde, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) de woning doorzochten; 2. hij op of omstreeks 15 februari 2008 te [pleegplaats 2] een of meer wapens van categorie III, te weten pistool (merk Crvena Zastava, Mod.70, Kaliber 7.65) en/of voor dat wapen geschikte munitie van categorie II, sub 2, te weten 7, althans een of meer scherpe patronen, voorhanden heeft gehad. Overweging met betrekking tot het bewijs in zaak A. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A ten laste gelegde heeft begaan, op grond van de volgende bewijsmiddelen: * het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 29 november 2007 - aangever beschrijft welke feitelijke handelingen hebben plaatsgevonden tijdens de overval en welke goederen, hem toebehorende, daarbij zijn weggenomen; * het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 29 november 2007 - aangeefster beschrijft welke feitelijke handelingen hebben plaatsgevonden tijdens de overval en welke goederen, haar toebehorende, daarbij zijn weggenomen; aangeefster heeft tevens verklaard dat één van de overvallers druiven heeft gepakt; * het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 5 december 2007 - aangeefster beschrijft welke goederen, haar toebehorende, zijn weggenomen bij de overval; * het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] van 5 december 2007 - aangever beschrijft welke goederen, hem toebehorende, zijn weggenomen bij de overval; * het proces-verbaal van verhoor van de getuige[getuige 2] van 29 november 2007 - deze getuige heeft verklaard dat zij rond het tijdstip van de overval heeft gezien dat twee jongens uit de trappenhal van de flat aan de[adres 2] kwamen en dat één van deze jongens een tros druiven in zijn handen had die getuige herkende als afkomstig uit haar woning (opmerking hof: de woning waarin de ten laste gelegde overval plaatsvond), dat zij vervolgens heeft geschreeuwd "kijk, mijn druiven, bel de politie" en dat de jongens daarop in de richting van de [adres 2] garage renden; * het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3][getuige 2]van 10 december 2007 - deze getuige heeft verklaard dat hij rond het tijdstip van de overval heeft gehoord dat een vrouw hard schreeuwde vanuit het trappenhuis van de parkeergarage van de flat aan de [adres 2] en dat hij vervolgens heeft gezien dat twee jongemannen op haastige wijze de parkeergarage van de flat aan de [adres 2] inliepen en dat onmiddellijk daarop een auto met het kenteken [kenteken] met enorme snelheid de parkeergarage verliet; * het ambtelijk verslag van 15 mei 2008, opgemaakt door de verbalisant[naam verbalisant], waarin is gerelateerd dat uit (raadpleging van) het register van de Rijksdienst voor het Wegverkeer is gebleken dat het kenteken [kenteken] op naam staat van [betrokkene 1] (opmerking hof: [betrokkene 1] is de broer van de verdachte [naam verdachte]); * het proces-verbaal van tonen selectie bij sequentiële fotobewijsconfrontatie met de getuige [slachtoffer 2] van 12 maart 2008, bezien in combinatie met het daarbij gevoegde verslag van opsporingsconfrontatie, waarbij [slachtoffer 2] de medeverdachte [naam medeverdachte] herkent als één van de overvallers; * de processen-verbaal van[getuige 1] van 29 februari 2008, 11 maart 2008 en 12 maart 2008 - [getuige 1] heeft daarin telkens verklaard dat zij op de camerabeelden die de groep personen toont die de overval hebben gepleegd[voornaam medeverdachte] (het hof begrijpt: [volledige naam medeverdachte]) en[voornaam verdachte] (het hof begrijpt: [volledige naam verdachte]) heeft herkend; * het ambtelijk verslag van 15 mei 2008, opgemaakt door de verbalisant [naam verbalisant], waarin is gerelateerd dat een van de overval afkomstige telefoon op 27 december 2007 is aangetroffen onder[betrokkene 2], dat deze[betrokkene 2]deze telefoon had gekocht van[betrokkene 3] en dat deze[betrokkene 3] die telefoon op zijn beurt geleverd had gekregen van de verdachte [verdachte]. Niet gebleken of aannemelijk geworden is dat de herkenning van de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] door [getuige 1] als gebrekkig of onbetrouwbaar dienen te worden aangemerkt. De omstandigheid dat [getuige 1] niet consistent heeft verklaard in de diverse politieverhoren die zij heeft ondergaan, is in elk geval voor wat betreft de herkenning van de verdachte en de medeverdachte [verdachte] niet relevant, aangezien [getuige 1] daarover juist wel consistent heeft verklaard. Overweging met betrekking tot het bewijs van feit 1 in zaak B. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak B onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, op grond van de volgende bewijsmiddelen: * het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 1 februari 2008 en het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] van 2 februari 2008 - aangeefster beschrijft welke feitelijke handelingen hebben plaatsgevonden tijdens de overval en welke goederen, haar en een ander toebehorende, daarbij zijn weggenomen; * de processen-verbaal van verhoor van de medeverdachte[medeverdachte 2] van 19 februari 2008 en 20 februari 2008 - [medeverdachte 2]verklaart over zijn betrokkenheid, alsmede de betrokkenheid van anderen, onder wie de verdachte [verdachte], bij de overval op [slachtoffer 3]; zowel tegenover de rechter-commissaris als ter terechtzitting van het hof heeft [medeverdachte 2] - gehoord als getuige - zijn voor de verdachte [verdachte] belastende verklaringen gehandhaafd. De stelling van de verdediging, inhoudende dat de verdachte ten tijde van de overval niet op de plaats van het delict aanwezig was, dan wel niet op de plaats van het delict aanwezig kon zijn, is weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen. Het hof leest de tekst van het onder 1 ten laste gelegde aldus dat wanneer daarin wordt gesproken over een vuurwapen, daarmee bedoeld is: een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) Overweging met betrekking tot het bewijs van feit 2 in zaak B. De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat de twee anonieme tips die hebben geleid tot de doorzoeking van de woning van de verdachte waarbij het onder 2 genoemde vuurwapen is aangetroffen op zichzelf beschouwd onvoldoende grondslag zijn voor de conclusie dat redelijkerwijs kon worden vermoed dat in de woning van de verdachte een vuurwapen aanwezig zou zijn. Dit dient volgens de raadsman te worden aangemerkt als een onherstelbaar vormverzuim en dient te leiden tot bewijsuitsluiting van de uit de doorzoeking verkregen resultaten. Het hof verwerpt dit verweer op de grond dat het daarin verwoorde geen steun vindt in het recht. Het proces-verbaal van 12 februari 2008 bevat concrete en gedetailleerde informatie omtrent het wapenbezit van de verdachte, welke informatie is binnengekomen bij de Criminele Inlichtingen Eenheid. Volgens geldende jurisprudentie is dergelijke informatie een voldoende basis voor een doorzoeking ex artikel 49 van de Wet wapens en munitie. De inhoud daarvan, te weten dat de verdachte in het bezit is van meerdere vuurwapens, staat bovendien niet op zichzelf. Gelet op de hieronder aangehaalde justitiële documentatie van de verdachte is de verdachte zowel op 15 april 2004 als op 3 maart 2006 veroordeeld ter zake van (onder meer) overtreding van artikel 26 van de Wet wapens en munitie. De verdachte heeft aldus - anders dan de raadsman heeft aangevoerd - antecedenten op het gebied van het aanwezig hebben van verboden wapens. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 29 november 2007 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1.575 euro en een zilverkleurige mobiele telefoon van het merk Nokia en een roze mobiele telefoon van het merk Samsung en een zwart/grijze mobiele telefoon van het merk Samsung en een grijze mobiele telefoon van het merk Nokia en een groene mobiele telefoon van het merk Nokia en een zwarte portemonnee met inhoud, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] of [slachtoffer 4] of [slachtoffer 5], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of een baby van ongeveer 2 maanden oud, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben gericht op en/of in de richting hebben gehouden van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en hierbij aan die [slachtoffer 2] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "stil zijn, anders schiet ik je dood" en onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp die [slachtoffer 1] hebben gedwongen de woonkamer in te lopen en op de bank te blijven zitten en vervolgens die [slachtoffer 1] hebben meegesleurd in de richting van een slaapkamer en hierbij aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "kom mee naar de slaapkamer en wijs me waar de drugs zit", en vervolgens die [slachtoffer 1] meermalen op zijn hoofd en in zijn buik en tegen zijn voet hebben geslagen en geschopt en vervolgens die [slachtoffer 1] op het bed hebben geduwd en aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "als je de kamer uitgaat, schieten we", en vervolgens aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "wat is dit swah wat is dit, je vertelde dat je geen geld had", en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp nogmaals in de richting van die [slachtoffer 1] hebben gehouden en vervolgens die [slachtoffer 2] op een bed hebben geduwd, als gevolg waarvan die [slachtoffer 2] op haar daar liggende baby is komen te vallen. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 1 februari 2008 te [pleegplaats 2] tezamen en in vereniging met anderen uit de woning gelegen te [adres], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bijouteriekistje (inhoudende diverse gouden sieraden) en horloges, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of een ander, welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s) een voet tussen de deur deden en vervolgens die [slachtoffer 3] naar achteren duwde en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp onder zijn jas vandaan haalde en vervolgens constant het op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] richtte en gericht hield en vervolgens die [slachtoffer 3] haar slaapkamer in duwde, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) de woning doorzochten. 2. hij op 15 februari 2008 te [pleegplaats 2] een wapen van categorie III, te weten pistool (merk Crvena Zastava, Mod.70, Kaliber 7.65) en scherpe patronen voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven: zaak A - diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken; zaak B, onder 1 - diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken; zaak B, onder 2 - handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie . Strafbaarheid Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van twee vermogensdelicten, te weten de hierboven bewezen verklaarde overvallen. De verdachte heeft door het medeplegen van deze diefstallen, welke werden voorafgegaan van (geweld en) bedreiging met geweld, met gebruikmaking van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan de slachtoffers financiële schade toegebracht, en tevens bij hen overlast en angst teweeggebracht. Voorts heeft de verdachte er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Een dergelijk optreden is zeer bedreigend en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De ervaring leert dat slachtoffers van en aanwezigen bij dergelijke delicten hiervan (langdurig) psychisch nadelige gevolgen kunnen ondervinden. De verdachte heeft hieraan zijn bijdrage geleverd en is medeverantwoordelijk voor hetgeen de slachtoffers hebben moeten ondergaan. Het hof hanteert ter zake van een dergelijk delict landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf impliceren. Daarnaast bleek de verdachte ook nog een pistool, een verboden wapen, voorhanden te hebben. Het ongecontroleerde bezit van wapens kan in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengen en een gevoel van onveiligheid in de maatschappij veroorzaken. Door te handelen zoals hij heeft gedaan heeft de verdachte daaraan bijgedragen. Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 november 2008, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken. Het hof is op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van het door de verdachte begane strafbare feit van oordeel dat de strafsoort die is gevorderd door de advocaat-generaal, passend en noodzakelijk is. Het hof zal derhalve een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur opleggen. Deze straf strookt met de hierboven bedoelde landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Vorderingen van de benadeelde partijen Zaak A - Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van de benadeelde partij in eerste aanleg deels is toegewezen en voor het overige is afgewezen en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort. Deze vordering kan gedeeltelijk worden toegewezen, tot een bedrag van € 1.755,-, aangezien deze schade als het rechtstreekse gevolg van het in zaak A bewezen verklaarde feit kan worden aangemerkt. De vordering dient voor het overige (betreft post 3) te worden afgewezen. Gelet hierop dient de verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Hoofdelijkheid De verdachte is jegens de benadeelde partij niet tot vergoeding van dit bedrag gehouden, voor zover zijn mededader(s) het bedrag reeds heeft/hebben voldaan. Schadevergoedingsmaatregel Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 1.755,- die door het bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer. Zaak B, feit 1 - Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van de benadeelde partij in eerste aanleg deels is toegewezen en voor het overige is afgewezen en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort. Deze vordering kan gedeeltelijk worden toegewezen, tot een bedrag van € 375,-, aangezien deze schade als het rechtstreekse gevolg van het in zaak B onder 1 bewezen verklaarde feit kan worden aangemerkt. De vordering dient voor het overige (betreft het surplus van de gevorderde immateriële schade) te worden afgewezen. Gelet hierop dient de verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Hoofdelijkheid De verdachte is jegens de benadeelde partij niet tot vergoeding van dit bedrag gehouden, voor zover zijn mededader(s) het bedrag reeds heeft/hebben voldaan. Schadevergoedingsmaatregel Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 375,- die door het bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 36f (oud), 36f, 57 (oud), 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende: verklaart het aan de verdachte in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en de verdachte strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte als hiervoor vermeld in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij; veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht; wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats slachtoffer 1], tot een bedrag van duizend zevenhonderdvijfenvijftig euro; met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van de veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd; wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde; veroordeelt de verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend zevenhonderdvijfenvijftig euro ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats slachtoffer 1]; beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfendertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling, noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt; met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van de veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd; bepaalt dat indien de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien de veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen; wijst toe de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 3], wonende te[woonplaats slachtoffer 3], tot een bedrag van driehonderdvijfenzeventig euro; met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van de veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd; wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde; veroordeelt de verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderdvijfenzeventig euro ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats slachtoffer 3]; beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling, noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt; met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van de veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd; bepaalt dat indien de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien de veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier. Mrs. Van Dijk en Van Stempvoort zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen. - 22 - 24-002064-08