bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BH9803

Datum uitspraak2009-04-01
Datum gepubliceerd2009-04-02
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers247804/ HA ZA 08-857
Statusgepubliceerd


Indicatie

beëindiging managementovereenkomst


Uitspraak

vonnis RECHTBANK UTRECHT 247804 / HA ZA 08-857 Sector handels- en familierecht zaaknummer / rolnummer: 247804 / HA ZA 08-857 Vonnis van 1 april 2009 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZENSYS B.V., gevestigd te Nijmegen, eiseres, advocaat mr. L.A.M.J. Pütz, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IBIZ B.V., gevestigd te Almere, gedaagde, advocaat tot 28 januari 2009 mr. E.M. van Zelm, daarna niet langer ten processe vertegenwoordigd. Partijen zullen hierna Zensys en Ibiz genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: • het tussenvonnis van 13 augustus 2008, waarin de vordering in het incident is afgewezen en in de hoofdzaak een comparitie van partijen is gelast, • het proces-verbaal van comparitie van partijen na antwoord gehouden op dinsdag 7 oktober 2008, • de conclusie van repliek tevens houdende akte van rectificatie met daaraan gehecht de producties 12 tot en met 14, • het schrijven van 28 januari 2009, waarin mr. E.M. van Zelm meedeelt dat hij zich als advocaat van Ibiz onttrekt en dat hij Ibiz heeft gewezen op de gevolgen daarvan, • de antwoordakte onttrekking advocaat gedaagde van Zensys. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Ibiz is enig aandeelhouder en bestuurder van de besloten vennootschap Telebyte B.V. (hierna te noemen: “Telebyte”). 2.2. De heer[X] (hierna te noemen: [X]) is enig aandeelhouder en bestuurder van Zensys. 2.3. Voor 12 juni 2007 was Zensys enig aandeelhouder en bestuurder van Ibiz. 2.4. Op 11 juni 2007 hebben Zensys, de besloten vennootschap Cambrium International B.V. (hierna te noemen: “Cambrium International”) en Ibiz een overeenkomst gesloten die ertoe strekt dat Zensys 50% van haar aandelen in het kapitaal van Ibiz aan Cambrium International verkoopt. Op grond van deze overeenkomst houden Zensys en Cambrium International met ingang van 12 juni 2007 ieder 50% van de aandelen in het kapitaal van Ibiz. Daarnaast geldt dat de besloten vennootschap CC Consultants B.V. (hierna te noemen: “CC Consultants”) met ingang van 12 juni 2007 bestuurder van Ibiz is geworden. Marijt Beheer B.V. (hierna te noemen: “Marijt Beheer”) is enig aandeelhouder en bestuurder van CC Consultants. Mevrouw [Y] (hierna te noemen: “[Y]”) is enig aandeelhouder en bestuurder van Marijt Beheer. 2.5. Op 11 juni 2007 hebben Zensys en Ibiz de door Ibiz als productie 4 in het geding gebrachte managementovereenkomst ondertekend. In deze managementovereenkomst is – voor zover relevant – het volgende bepaald: Artikel 1. Duur van de Overeenkomst 1. De onderhavige overeenkomst is aangegaan op 1 juni 2007 voor onbepaalde tijd. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 kan de Overeenkomst door beide partijen worden opgezegd: A. Met inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden. (…) B. Door beëindiging in onderling overleg overeengekomen tussen partijen. In deze beide gevallen worden de in onderling overleg overeen te komen gevolgen van de beëindiging geregeld. (…) Artikel 4. Vergoeding 1. De door Opdrachtgever (lees: Ibiz, de rechtbank) uit hoofde van deze overeenkomst aan Opdrachtnemer (lees: Zensys, de rechtbank) verschuldigde vergoeding bedraagt maximaal, op basis van 1440 uren per jaar, € 10.000,- (…) exclusief omzetbelasting per maand, verder te noemen “de vergoeding”. Deze vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd minimaal op basis van het CPI prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie, welke indexatie voor het eerst in per 1 januari 2009 zal plaatsvinden en vervolgens in ieder kalenderjaar daaropvolgend. Met ingang van 1 juni zal aan Opdrachtnemer een maandelijkse betaling worden verricht per de laatste dag van iedere maand, tegen voorafgaande facturering door Opdrachtnemer. (…) Artikel 8. Beëindiging De Overeenkomst eindigt in afwijking van het bepaalde in artikel 1 met onmiddellijke ingang, zonder dat inachtneming van een opzegtermijn vereist zal zijn, in de navolgende gevallen: (…) 3. Indien de relatie / verhouding tussen de Opdrachtgever en Opdrachtnemer dermate is verstoord dat van de ene partij voortzetting van de samenwerking met de andere partij redelijkerwijs niet langer kan worden gevergd. Eén en ander met dien verstande dat indien één van de partijen betwist dat sprake is van een dermate grote verstoring van de onderlinge relatie / verhouding, partijen in onderling overleg een mediator van het Nederlandse Mediation Instituut (NMI) zullen verzoeken tot een advies omtrent de status van de hiervoor bedoelde relatie te komen. (…) Op het moment dat mediation voor één van de partijen niet leidt tot de gewenste oplossing zal het geschil worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Utrecht. Artikel 9. Vergoeding bij beëindiging managementovereenkomst 9.1 Indien deze managementovereenkomst om wat voor reden dan ook eindigt heeft de Opdrachtnemer recht op een vergoeding, gelijk aan maximaal 36 x de ingevolge artikel 4.1 laatstgenoten maandelijkse vergoeding met uitzondering van het beëindigen van de overeenkomst op grond van een relevant strafrechtelijk vergrijp jegens de opdrachtgever. 9.2 Indien Opdrachtnemer de managementovereenkomst eenzijdig beëindigt binnen een periode van drie jaar is Opdrachtgever niet langer verplicht de volledige overeengekomen vergoeding, te betalen. In gezamenlijk overleg zal de eindbonus worden bepaald. 2.6. Bij brief van 15 augustus 2007 heeft de behandelend advocaat van Zensys, mr. E. Gelok, voor zover van belang het volgende aan Cambrium International geschreven: “(…) Bij overeenkomst d.d. 11 juni jl. heeft u 50% van de door Zensys B.V. gehouden aandelen in Ibiz B.V. verkocht. In de persoon van mevrouw [Y] werd CC Consultants B.V. benoemd tot directeur. Doel van de overeenkomst was participatie en samenwerking op exclusieve basis in Ibiz B.V. Sedert de transactie is zonder enig overleg, zonder informatie vooraf en in ieder geval zonder toestemming van de heer [X] het navolgende voorgevallen: - de telefoon van het bedrijfspand van Ibiz B.V. te Nijmegen werd afgesloten en was derhalve telefonisch niet meer bereikbaar; - de huur is tot dusverre ten onrechte onbetaald gebleven; - het personeel van Ibiz B.V. werd ofwel ontslagen of kreeg een contract aangeboden bij Cambrium International B.V.; - de bedrijfsruimte/kantoorruimte van Ibiz B.V. werd leeggehaald op momenten dat bekend was dat de heer [X] niet aanwezig was (onder andere op een moment dat hij bij Cambrium International B.V. was voor een bespreking); - onder de meegenomen goederen bevinden zich privé eigendommen van de heer Hong Zhou, waaronder zijn computer met privé gegevens; - ondanks herhaald verzoek is de computer nog niet terugbezorgd; - de aan Zensys B.V. toekomende managementvergoeding is tot dusverre ten onrechte onbetaald gelaten; - de heer [X] is tot op heden niet gevraagd om een enig gemeenschappelijk project mee te werken; - CC Consultants heeft in een periode van 2 juli tot 1 augustus 2007 onbevoegd zonder enige rechtsgrond bedragen aan zichzelf overgemaakt tot een totaalbedrag ad ongeveer € 180.000,00; - CC Consultants maakte de betreffende bedragen over van een girorekening van en te name van Zensys B.V. (derhalve niet van Ibiz B.V.); - nadat de heer [X]/Zensys B.V. de rekening had geblokkeerd, heeft CC Consultants door onrechtmatig gebruik te maken van briefpapier van Zensys B.V., danwel door dit briefpapier onrechtmatig na te maken/te kopiëren, zich tot de Postbank gewend met het verzoek tot deblokkade. Dat verzoek was voorzien van een valse handtekening. Door al het vorenstaande en in het bijzonder het ontslag van met name het technisch personeel van Ibiz B.V., waardoor het zogeheten “Pica Project” (de basis van de samenwerking) ten gronde is gericht, is iedere basis aan een samenwerking, tussen u en Zensys komen te ontvallen. Cliënt ziet zich dan ook gedwongen de relatie met Cambrium International B.V. te beëindigen. De relatie/verhouding tussen Zensys B.V. en Cambrium International B.V. is dermate verstoord dat van Zensys B.V. voortzetting van de samenwerking redelijkerwijs niet langer kan worden gevergd. Behoudens uw tegenbericht per omgaande ga ik er vanuit dat dat door u niet wordt betwist, waardoor er aan de managementovereenkomst met ingang van heden een einde is gekomen. (…)”. 2.7. Ibiz heeft als productie 8 een aan Zensys gerichte brief gedateerd 20 augustus 2007 in het geding gebracht, welke brief als volgt luidt: “Geachte heer [X], Alhoewel ik het zeer betreur, dat U besloten heeft de managementovereenkomst met Ibiz B.V. per 15 augustus j.l. te beëindigen wegens de verstoorde relatie tussen Zensys B.V. en Cambrium International B.V., ben ik genoodzaakt Uw beslissing te accepteren. De aan Zensys B.V. verschuldigde managementvergoeding over de periode van 1 juni 2007 tot en met 15 augustus 2007 zal worden verrekend met de huidige rekening-courantschuld van Zensys B.V. aan Telebyte B.V.. Volledigheidshalve verzoek ik U hierdoor dringend doch beleefd mij per omgaande een urenverantwoording over genoemde periode te doen toekomen, op ik één en ander kan verifiëren. (…)”. 2.8. Op 27 september 2007 heeft tussen CC Consultants en [Y] als eisers en Zensys als gedaagde een kort geding gediend voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad. CC Consultants en [Y] vorderden in dit kort geding dat de ten verzoeke van Zensys en ten laste van hen gelegde conservatoire beslagen zouden worden opgeheven. Zensys had deze beslagen gelegd ter zekerheid van verhaal van de door haar gestelde vordering op CC Consultants en [Y]. Volgens Zensys hadden CC Consultants en [Y] zonder haar toestemming gelden van de postbankrekening van Zensys opgenomen. Bij vonnis van 5 oktober 2007 heeft de voorzieningenrechter de vordering van CC Consultants en [Y] afgewezen. 2.9. Daarna heeft er tussen Telebyte als eiseres en Zensys als gedaagde nog een kort geding gediend voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem. In dit kort geding heeft Telebyte gevorderd dat Zensys wordt veroordeeld tot betaling van het saldo van de rekening-courantverhouding die tussen hen had bestaan. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 28 november 2007 de vordering van Telebyte afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat Telebyte nog een bedrag te vorderen had ter grootte van het gevorderde saldo van de rekening-courant van Zensys te vorderen had. 2.10. Bij brief van 20 december 2007 heeft de behandelend advocaat van Zensys, mr. E. Gelok, het volgende aan Ibiz geschreven: “(…) Ibiz B.V. heeft, zoals u bekend, een managementovereenkomst met Zensys B.V. Zensys B.V. vindt dat er sprake is van een dermate grote verstoring van de onderlinge relatie c.q. dat die relatie dermate is verstoord dat voor haar de voortzetting van de samenwerking met Ibiz B.V. niet langer kan worden gevergd. De redenen waarom zijn u denk ik bekend, te weten het feit dat er ondermeer twee kort gedingen hebben plaatsgevonden, er een bodemprocedure loopt en er, naar ik begrijp, een vierde procedure op stapel staat. Behoudens uw tegenbericht uiterlijk vrijdag 28 december a.s. , ga ik er vanuit dat u het bestaan van de verstoorde relatie niet betwist. (…)”. 2.11. Bij brief van 9 januari 2008 heeft Zensys het volgende aan mr. E. Gelok geantwoord: “(…) Uit mijn dossier leid ik af, dat U reeds bij Uw schrijven van 15 augustus 2007 aan Cambrium International B.V. bevestigde, dat aan de managementovereenkomst een einde is gekomen. Over het al dan niet verstoord zijn van de relatie tussen Cambrium International B.V. en Zensys B.V. laat ik mij bij gebrek aan wetenschap over die verhouding niet uit. Waarom de verhouding tussen Ibiz B.V. en Zensys B.V. verstoord zou zijn, is voor mij onduidelijk en naar mijn mening ook niet van belang nu al eerder het initiatief van de zijde van Uw cliënte kwam om de samenwerking te verbreken.“ 3. De vordering en het geschil 3.1. Zensys vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,: a) voor recht wordt verklaard dat sprake is van een verstoorde relatie tussen partijen zoals bedoeld in artikel 8.3 van de managementovereenkomst en dat deze overeenkomst deswege is geëindigd, b) Ibiz wordt veroordeeld om aan Zensys te betalen een totaalbedrag van € 547.400,00, zijnde de op grond van artikel 4.1 van de managementovereenkomst verschuldigde managementvergoeding met betrekking tot de maanden juni 2007 tot en met maart 2008 van in totaal € 119.000,00 inclusief BTW (10 x € 11.900,00) en de vergoeding als bedoeld in artikel 9.1 van de managementovereenkomst ad € 428.400,00 (36 x € 11.900,00) vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van betaling, c) Ibiz wordt veroordeeld in de proceskosten. 3.2. Ibiz voert verweer. 3.3. De stellingen van partijen zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling worden besproken. 4. De beoordeling 4.1. Zensys legt, naar de rechtbank begrijpt, aan haar vorderingen de stelling ten grondslag dat de managementovereenkomst tussen partijen per 1 april 2008 van rechtswege, althans met wederzijds goedvinden, is geëindigd omdat sprake was van een verstoorde relatie tussen partijen. Dat sprake was van een verstoorde relatie volgt volgens Zensys uit de in 2.8 en 2.9 genoemde kort geding procedures. 4.2. Ibiz voert daartegen – samengevat – het volgende verweer. Zensys heeft bij de in 2.6 geciteerde brief van 15 augustus 2007 de management-overeenkomst tussen partijen eenzijdig opgezegd (beëindigd). Van een verstoorde relatie was op dat moment geen sprake. Ibiz heeft zich, zoals zij ook bij de in 2.8 geciteerde brief van 20 augustus 2007 aan Zensys heeft meegedeeld, bij deze eenzijdige opzegging (beëindiging) van de managementovereenkomst neergelegd. De eenzijdige beëindiging van de managementovereenkomst door Zensys heeft tot gevolg dat Zensys slechts aanspraak kan maken op een door partijen in overleg vast te stellen vergoeding (zie artikel 9.2 van de managementovereenkomst) en dat Zensys vanaf 15 augustus 2007 geen aanspraak meer kan maken op de maandelijkse managementvergoeding. Ibiz heeft coulancehalve door middel van verrekening met de rekening-courantverhouding tussen Zensys en Telebyte de managementvergoeding over de periode juni en juli 2007 aan Zensys voldaan. 4.3. Vooropgesteld wordt dat partijen het erover eens zijn dat de management-overeenkomst is beëindigd en dat deze overeenkomst nog geen drie jaar heeft geduurd. Partijen verschillen echter van mening over (i) de datum waarop deze overeenkomst is beëindigd, (ii) de wijze waarop deze overeenkomst is beëindigd (door éénzijdige opzegging van Zensys of anderszins) en (iii) de reden voor de beëindiging van deze overeenkomst. Hierover wordt het volgende overwogen. 4.4. De managementovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd. Uit de managementovereenkomst volgt dat deze overeenkomst: a) door beide partijen kan worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden, met dien verstande dat partijen deze opzegtermijn niet in acht hoeven te nemen indien sprake is van één van de in artikel 8 genoemde situaties, waaronder de situatie dat sprake is van een verstoorde relatie (zie artikel 1.2 onder A in relatie met artikel 8 van de managementovereenkomst), dan wel b) met wederzijds goedvinden op ieder moment kan worden beëindigd (zie artikel 1.2 onder B van de managementovereenkomst). 4.5. Uit de door Zensys gevorderde verklaring voor recht maakt de rechtbank op dat Zensys zich op het standpunt stelt dat de managementovereenkomst van rechtswege eindigt indien sprake is van een verstoorde relatie. Zensys kan in dit standpunt niet worden gevolgd. De managementovereenkomst biedt daarvoor geen aanknopingspunt. Integendeel, artikel 1 bezien in relatie met artikel 8 van de managementovereenkomst duidt erop dat de omstandigheid dat sprake is van een verstoorde relatie slechts meebrengt dat de opzeggende partij geen opzegtermijn in acht hoeft te nemen en de overeenkomst met onmiddellijke ingang kan opzeggen. De overeenkomst dient dus nog wel te worden opgezegd. Feiten en omstandigheden die ondanks het voorgaande wijzen op de juistheid van het hiervoor vermelde standpunt van Zensys zijn gesteld noch gebleken. Het voorgaande leidt ertoe dat de door Zensys gevorderde verklaring voor recht (zoals weergegeven in 3.1 onder a) moet worden afgewezen. 4.6. Voorts is aan de orde de beoordeling van de vraag op welke wijze (eenzijdige opzegging dan wel wederzijds goedvinden) de managementovereenkomst dan wel is beëindigd en op welke datum deze overeenkomst is beëindigd. Hierover wordt het volgende overwogen. 4.7. Niet in geschil is dat de strekking van de in 2.7 (deels) geciteerde brief van Zensys van 15 augustus 2007 is dat Zensys de managementovereenkomst met Ibiz met onmiddellijke ingang wenste te beëindigen omdat volgens haar sprake was van een verstoorde relatie met onder meer Ibiz. Het betreft hier – anders dan Zensys meent – een (eenzijdige) opzegging van Zensys. Daaraan doet niet af dat Zensys in haar brief vermeldt dat zij behoudens per omgaand tegenbericht ervan uit gaat dat niet wordt betwist dat sprake is van een verstoorde relatie. Het onbetwist laten dat sprake is van een verstoorde relatie rechtvaardigt nog niet de conclusie dat geen sprake is van een eenzijdige opzegging. Het initiatief tot beëindiging is uitgegaan van Zensys en feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een beëindiging met wederzijds goedvinden, zijn gesteld noch gebleken. 4.8. De in ?4.7 bedoelde opzegging van Zensys heeft pas haar werking indien deze Ibiz ook heeft bereikt (zie artikel 3:37 lid 3 BW). Het kan ervoor worden gehouden dat Ibiz de opzeggingsbrief van Zensys van 15 december 2007, hoewel deze brief niet aan haar was verzonden, omstreeks 20 augustus 2007 heeft ontvangen. Ibiz heeft dit gesteld en er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die meebrengen dat aan de juistheid van deze stelling moet worden getwijfeld. Ibiz heeft aangevoerd dat, hoewel zij van mening is dat op 15 augustus 2007 geen sprake was van een verstoorde relatie, zij zich bij de opzegging van Zensys heeft neergelegd. 4.9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de managementovereenkomst door (eenzijdige) opzegging van Zensys op 15 augustus 2007 is beëindigd. De door de behandelende advocaat van Zensys op 20 december 2007 aan Ibiz gestuurde beëindigingsbrief (zie 2.10) had dan ook niet verstuurd hoeven te worden omdat de managementovereenkomst op dat moment al niet meer van kracht was. 4.10. De conclusie dat de managementovereenkomst op 15 augustus 2007 is beëindigd brengt mee dat Ibiz vanaf 15 augustus 2007 geen managementvergoeding meer aan Zensys is verschuldigd. De vordering van Zensys strekkende tot betaling van de maandelijkse managementvergoeding met betrekking tot de periode na 15 augustus 2007 zal dan ook worden afgewezen. In de periode tot 15 augustus 2007 is Ibiz, in beginsel, wel de in artikel 4 van de managementovereenkomst neergelegde maandelijkse managementvergoeding aan Zensys verschuldigd. Ibiz heeft zich op het standpunt gesteld dat zij de met betrekking tot deze periode (1 juni 2007 tot 15 augustus 2007) verschuldigde managementvergoeding ad € 11.900,00 inclusief BTW per maand door middel van verrekening heeft voldaan. Dit verweer wordt als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd verworpen. Zensys heeft bij conclusie van repliek betwist dat Ibiz een voor verrekening vatbare tegenvordering op Zensys heeft. Ibiz heeft in het licht van deze betwisting haar verweer niet nader onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Ibiz heeft immers afgezien van het nemen van een conclusie een dupliek. Ibiz zal gelet op het voorgaande worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 29.750,00 (2,5 maand x € 11.900,00) aan managementvergoeding. Ook de door Zensys op grond van artikel 6:119a BW over dit bedrag gevorderde wettelijke handelsrente zal worden toegewezen. 4.11. Voorts leidt de conclusie dat de managementovereenkomst door (eenzijdige) opzegging van Zensys op 15 augustus 2007 is beëindigd ertoe dat de vordering van Zensys strekkende tot betaling van de in artikel 9.1 van de managementovereenkomst bedoelde beëindigingsvergoeding moet worden afgewezen. Uit artikel 9.2 volgt immers dat Ibiz niet verplicht is om de in artikel 9.1 vermelde beëindigingsvergoeding (36 x de maandelijkse managementvergoeding) te betalen indien de managementovereenkomst eenzijdig door Zensys wordt beëindigd en nog geen drie jaren heeft geduurd. Dit neemt niet weg dat Ibiz – zoals zij ook onderkent – in beginsel wel een beëindigingsvergoeding aan Zensys is verschuldigd. Op grond van artikel 9.2 van de managementovereenkomst zullen partijen echter in gezamenlijk overleg de omvang van deze door Ibiz aan Zensys te vergoeden eindbonus dienen te bepalen. 4.12. Ibiz zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Zensys op basis van het toegewezen bedrag op: - dagvaarding EUR 71,80 - overige explootkosten 0,00 - vast recht 655,00 - getuigenkosten 0,00 - deskundigen 0,00 - overige kosten 0,00 - salaris advocaat 1.356,00 (3,0 punten × tarief EUR 452,00) Totaal EUR 2.082,80 5. De beslissing De rechtbank 5.1. veroordeelt Ibiz om aan Zensys te betalen een bedrag van € 29.750,00 vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119a BW vanaf 14 april 2008 (de dag van dagvaarding) tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt Ibiz in de proceskosten, aan de zijde van Zensys tot op heden begroot op € 2.082,80, 5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2009.