Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ7542

Datum uitspraak2006-05-17
Datum gepubliceerd2009-09-14
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers49642 / HA ZA 2005-487
Statusgepubliceerd


Indicatie

burenrecht. Eiser vordert verwijdering van boom omdat deze te dicht bij de afgrenzing is geplant. gedaagde beroept zich op verjaring. Deskundige wordt benoemd om te onderzoeken om wat voor soort boom het gaat.


Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht Vonnis van 17 mei 2006 in de zaak van: rolnr: 487/05 [eiser], wonende te Goes, eiser, procureur: mr. E.H.A. Schute, tegen: 1. [gedaag[gedaagden], 2. [gedaagde sub 2], beiden wonende te Goes, gedaagden, procureur: mr. M.L. Huisman. 1. Het verdere verloop van de procedure De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis van 7 december 2005. Ter uitvoering van dat vonnis is een comparitie ter plaatse gehouden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. 2. De feiten [eiser] is sinds 1990 eigenaar en bewoner van het pand [adres van eiser] te Goes. De heer en mevrouw [gedaagden], verder te noemen in enkelvoud [gedaagden], zijn sinds 1966 eigenaar en bewoner van het pand [adres gedaagden] te Goes. De achter beide huizen liggende tuinen worden gescheiden door een schutting van 1,82 meter hoog. In de tuin van [gedaagden] staat onder meer een pruimenboom. Deze boom staat op ongeveer 50 cm, in ieder geval op minder dan 2 meter, van genoemde schutting. De tuin is eerst even breed als de achtergevel van het huis (ongeveer 6,5 meter) en wordt naar achteren steeds smaller. Op de plaats waar de pruimenboom staat, is de tuin 3,80 à 4 meter breed. 3. Het geschil 3.1 [eiser] vordert verwijdering van de pruimenboom onder verbeurte van een dwangsom op grond van artikel 5:42 BW, omdat de boom in strijd met dit artikel binnen 2 meter van de grenslijn staat. [eiser] stelt dat de boom nu nog betrekkelijk klein is, maar dat hij in de loop der jaren fors zal uitgroeien en in toenemende mate zon en licht op zijn perceel zal wegnemen. Als hij nu geen actie onderneemt, terwijl de boom nu nog gemakkelijk verwijderd of verplaatst kan worden, zal zijn vordering op het moment dat hij werkelijk last van de boom heeft, verjaard zijn. 3.2 [gedaagden] erkent dat de boom niet voldoet aan de afstandseis van artikel 5:42 BW. Hij concludeert desalniettemin tot afwijzing van [eiser]s vordering. Hij stelt dat [eiser] misbruik maakt van zijn recht verwijdering te vorderen. Het boompje is met toestemming van de vorige eigenaar en bewoner van [adres van eiser] geplant, ver voor 1990. Aldus bezit hij het recht om binnen de afstand van 2 meter dit boompje te mogen hebben meer dan 15 jaar te goeder trouw en heeft hij de erfdienstbaarheid door bezit van meer dan 10 jaar verkregen ex artikel 3: 118 BW juncto de verkeersopvatting en uiterlijke feiten ex artikel 3: 108 BW. Gelet op de feitelijke situatie, de tuinen in de binnenstad zijn zeer smal, is er sprake van lokaal gewoonterecht om beplanting binnen de wettelijke grenzen van de erfafscheiding te hebben. Het boompje veroorzaakt geen hinder. Het is een laagstammige pruimenboom, die niet of nauwelijks hoger zal worden dan hij nu is. [gedaagden] wil de boom ook niet groter laten worden. Uitschietende takken worden gesnoeid. 4. De beoordeling van het geschil 4.1 Ter comparitie hebben partijen overeenstemming bereikt over de benoeming van een deskundige door de rechtbank. Deze deskundige zal worden gevraagd antwoord te geven op de volgende vragen: a. - kunt u aangeven van welk ras de pruimenboom in de tuin van [gedaagden] op het adres [adres gedaagden] te Goes is? b. – kunt u aangeven wanneer deze boom geplant is c.q. hoe oud deze boom is? c. – kunt u aangeven hoe deze boom uitgroeit, als hij niet wordt gesnoeid, ten aanzien van: 1. de hoogte van de gehele boom; 2. de dikte van de stam; 3. de omvang van de kruin? d. – hoe hoog is de boom nu? e. – hoe dik is de stam nu? f. - hoe groot is de diameter van de kruin nu? g. – kunt u aangeven of de boom zijn maximale grootte op voornoemde punten al heeft bereikt, dan wel wanneer dit verwacht kan worden? h. – kan de boom steeds opnieuw zo gesnoeid worden dat hij de huidige vorm en kruinomvang houdt? Zo nee, waarom niet? i. – kan de boom zonder voor hem nadelige gevolgen verplaatst worden? j. – zijn er tot slot nog opmerkingen die u in het belang van deze zaak wilt maken vanuit uw deskundigheid? 4.2 De heer L.A. van Liere, van Boomkwekerij de Fruittuin te Kapelle, heeft telefonisch verklaard dat hij vrijstaat om in onderhavige zaak tot deskundige te worden benoemd en daartoe ook bereid te zijn. De rechtbank zal Van Liere tot deskundige benoemen. 4.3 De rechtbank zal bepalen, gelet op de overeenstemming tussen partijen omtrent de benoeming van een deskundige, dat in afwachting van een beslissing over de proceskosten door beide partijen gezamenlijk, dat wil zeggen ieder voor de helft, de aan het deskundigenonderzoek verbonden kosten moeten worden voorgeschoten. 4.4 De rechtbank brengt nadrukkelijk onder de aandacht van de deskundige dat hij bij zijn onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit het schriftelijke rapport moet blijken dat dat is gedaan. Ook dient de inhoud van de eventuele opmerkingen c.q. verzoeken in het rapport te worden weergegeven. 5. De beslissing De rechtbank: bepaalt dat een deskundigenonderzoek door één deskundige zal worden uitgevoerd en verzoekt de deskundige de vragen als geformuleerd onder r.o. 4.1 te beantwoorden; benoemt tot deskundige: dhr. L.A. van Liere, Boomkwekerij de Fruittuin, Wemeldingseweg Zandweg 10, 4421 ND Kapelle tel. 0113 342944 mob. 06 20435274 verzoekt de deskundige een begroting van zijn kosten te maken en in te zenden aan de griffier van deze rechtbank; bepaalt dat, in afwachting van een beslissing over de proceskosten, door beide partijen gezamenlijk, dat wil zeggen ieder voor de helft, een door de rechtbank, op basis van de door de deskundige aan de griffier van deze rechtbank ingezonden begroting, te bepalen voorschot ter griffie dient te worden gedeponeerd en dat het onderzoek niet zal aanvangen voordat dit is geschied; bepaalt dat de procureur van [eiser] zal zorgdragen voor spoedige toezending van (afschriften) van de processtukken aan de deskundige; verzoekt de deskundige een schriftelijk rapport van zijn bevindingen ter griffie te deponeren, zo mogelijk binnen 6 weken na mededeling van de griffier dat het voorschot is ontvangen; verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 9 augustus 2006 voor conclusie na deskundigenbericht eerst aan de zijde van [eiser]; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 mei 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.