Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen

 

Artikel XIII TOEPASSELIJKHEID AAW- EN WAZ-BEPALINGEN OP PERSONENKRING
1
De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die wet op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet te zijnen aanzien gold, blijft, met uitzondering van de in het tweede lid genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:
a
wiens arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet nog niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering had, met betrekking tot het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, onmiddellijk na afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken of binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;
b
die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;
c
[vervallen;]
d
die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van artikel 32a, 37 of 38 van die wet in aanmerking zou komen voor toekenning of heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, met betrekking tot die arbeidsongeschiktheidsuitkering;
e
wiens arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet voor de dag van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en voor wie de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet op die dag was verstreken, doch die op die dag geen recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet, uitsluitend omdat een aanvraag tot toekenning van die uitkering niet was ingediend, met betrekking tot die arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2
De artikelen 3a, 10, tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, eerste lid, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f, 20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30, 31, 32, 32a, 33, 37, 39, 40, 41, 41a, 44, 45, 47, 48, 48a , 48b, 50, 52, 53, 55, 56, 61, 62, 63, 65, 78, 86, 87 en 88 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon. Artikel 36a blijft niet van toepassing voorzover de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, tenzij artikel VI van toepassing is.
3
De toepasselijkheid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon niet of niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, anders dan op grond van het eerste lid.
4
Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen 7b, 8, zevende, achtste, negende en tiende lid, 9, eerste lid, 10, 12, vijfde lid, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 25, 26, 27, 29, 33, 36, 37, 38, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 70, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 94, 97, 99, 100 en 101 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van toepassing.
5
Beschikkingen ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
6
De persoon, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van wie geen beschikking als bedoeld in het vijfde lid is genomen, wordt vanaf de dag van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als verzekerde in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
7
Betaling aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, van een uitkering, waarop over een periode gelegen voor de dag van inwerkingtreding van deze wet op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet recht bestond, met uitzondering van een uitkering op grond van de artikelen 57, 57a, 58 of 59b van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die plaatsvindt op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet, wordt aangemerkt als betaling van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
8
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit artikel niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt. Deze regels kunnen onder meer inhouden:
a
de aanwijzing van andere categorie├źn personen, dan de in het eerste lid genoemde, op wie dit artikel mede van toepassing is;
b
het buiten toepassing verklaren van meer artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet dan de in het tweede lid genoemde, dan wel in afwijking van het tweede lid, het alsnog van toepassing verklaren van een of meer artikelen in dat lid genoemd;
c
het van toepassing verklaren van meer artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan de in het vierde lid genoemde, dan wel in afwijking van het vierde lid, het alsnog buiten toepassing verklaren van een of meer artikelen in dat lid genoemd;
d
het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde personen;
e
het van toepassing verklaren van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde groepen van personen, anders dan uit het eerste tot en met derde lid voortvloeit.


Jurisprudentie bij dit artikel

  • Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.

  • Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.
  •