Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Uitvoeringswet Europees Vestigingsverdrag

 

Wet van 28 oktober 1959, houdende uitvoering van het op 13 december 1955 te Parijs ondertekende Europese Vestigingsverdrag
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die dezen zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorzieningen te treffen tot uitvoering van het op 13 december 1955 te Parijs ondertekende Europese Vestigingsverdrag;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1
1
Ten aanzien van de veroordelingen in de kosten van een geding, als bedoeld in artikel 9, lid 3, van het Europese Vestigingsverdrag, zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 18 en 19 van het op 17 juli 1905 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering, goedgekeurd bij de wet van 15 juli 1907 (Stb. 197), en de artikelen 23 tot en met 32 van de wet van 12 juni 1909 (Stb. 141) tot uitvoering van evengenoemd verdrag.
2
De in lid 1 van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen worden, op het tijdstip van inwerkingtreding voor Nederland van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering, vervangen door de overeenkomstige artikelen van laatstgenoemd verdrag en van de wet tot uitvoering van dat verdrag.

Artikel 2
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen datum.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriƫle Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 28 oktober 1959
juliana
De Minister van Justitie,
a
C. W. BEERMAN.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
j
LUNS.
Uitgegeven de twintigste november 1959.
De Minister van Justitie,
a
C. W. BEERMAN.