Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet

 

Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Arbeidstijdenwet in verband met de invoering van bestuursrechtelijke handhaving en de daarmee samenhangende bepalingen (Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het omwille van een doelmatige handhaving van de Arbeidstijdenwet wenselijk is te komen tot de invoering van bestuursrechtelijke handhaving;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I
[Wijzigt de Arbeidstijdenwet.]

Artikel II
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]

Artikel III
Onze Minister zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel IV
De straffen gesteld op de bij de Arbeidstijdenwet juncto artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten strafbaar gestelde feiten waarvoor ingevolge deze wet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en die begaan zijn voor de dag van inwerkingtreding van deze wet of de desbetreffende onderdelen of artikelen daarvan, blijven van toepassing.

Artikel V [Vervallen per 20-12-2006]

Artikel VI
[Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet 1998.]

Artikel VII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Artikel VIII
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 30 juni 2004
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , A. J. de Geus
Uitgegeven de dertiende juli 2004
De Minister van Justitie ,
j
P. H. Donner