
Wet op het specifiek cultuurbeleid
Artikel 2c
1
Onder de Raad ressorteren drie commissies ter voorbereiding van de adviezen die Onze Minister vraagt ingevolge de Archiefwet 1995, de Monumentenwet 1988 onderscheidenlijk de Wet tot behoud van cultuurbezit.
2
De commissies, bedoeld in het eerste lid, kunnen in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges geheel of gedeeltelijk bestaan uit andere personen dan leden van de Raad.
3
Ter voorbereiding van andere adviezen dan bedoeld in het eerste lid, kan de Raad tijdelijke commissies instellen die in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges geheel of gedeeltelijk kunnen bestaan uit andere personen dan leden van de Raad.
4
Op de in het tweede en derde lid bedoelde commissieleden zijn de artikelen 11 tot en met 14 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze leden door Onze Minister worden benoemd, geschorst en ontslagen.

