Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wet opheffing agglomeratie Eindhoven

 

Wet van 19 december 1985, tot intrekking van de Wet agglomeratie Eindhoven
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is te komen tot opheffing van het openbaar lichaam agglomeratie Eindhoven;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1
Algemene bepalingen

Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a
de datum van opheffing: de datum van inwerkingtreding van deze wet;
b
de agglomeratie: het openbaar lichaam agglomeratie Eindhoven, bedoeld in artikel 2 van de Wet agglomeratie Eindhoven;
c
gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant;
d
rechten en verplichtingen: alle rechten en verplichtingen behoudens die welke voortvloeien uit het dienstverband met personeel.

Artikel 2
1
De Wet agglomeratie Eindhoven wordt ingetrokken.
2
De agglomeratie wordt opgeheven.
2
Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden van de agglomeratie

Artikel 3
De door de agglomeratie gegeven voorschriften, geldende op de dag voorafgaande aan de datum van opheffing, behouden gedurende twee jaren na die datum hun rechtskracht, voor zover het ten aanzien van die voorschriften bevoegde gezag deze voorschriften voor zijn grondgebied niet eerder vervallen verklaart.

Artikel 4
Richtlijnen als bedoeld in artikel 52 en aanwijzingen als bedoeld in artikel 53 van de Wet agglomeratie Eindhoven vervallen met ingang van de datum van opheffing.

Artikel 5
In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt een door de raad van de agglomeratie vastgesteld structuurplan als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening geacht te zijn vastgesteld door de raden van de gemeenten die deel uitmaakten van de agglomeratie, elk voor het grondgebied van de desbetreffende gemeente.

Artikel 6
1
De gemeenschappelijke regelingen waarin de agglomeratie deelneemt op de dag voorafgaande aan de datum van opheffing, blijven ongewijzigd van kracht.
2
De deelnemers aan gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in het eerste lid treffen voor zoveel nodig binnen zes maanden na de datum van de opheffing met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen de uit de opheffing van de agglomeratie voortvloeiende voorzieningen. Zij kunnen daarbij afwijken van de bepalingen van die regelingen met betrekking tot wijziging en opheffing van de regeling en het toe- en uittreden van deelnemers. De in de eerste volzin genoemde termijn kan door gedeputeerde staten worden verlengd.
3
Indien de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid, niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn getroffen, kan dit geschieden door gedeputeerde staten.
4
De leden van bij gemeenschappelijke regeling ingestelde organen, aangewezen vóór de datum van opheffing door de agglomeratie, blijven in deze organen zitting hebben totdat de deelnemers, zo nodig met afwijking van hetgeen bij de regeling ten aanzien van de zittingsduur is bepaald, in de aanwijzing hebben voorzien.
3
De bestuurders en het personeel van de agglomeratie

Artikel 7
1
Met ingang van de datum van opheffing worden de voorzitter en de gedelegeerden eervol uit hun ambt ontslagen.
2
Op hen zijn de wettelijke bepalingen inzake gewezen burgemeesters, onderscheidenlijk gewezen wethouders, van overeenkomstige toepassing.
3
De uitkeringen die ingevolge een verordening als bedoeld in artikel 131 juncto artikel 130 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers aan hen verschuldigd zijn, komen ten laste van de gemeente Eindhoven.

Artikel 8
1
De ambtenaren en het personeel op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst bij de agglomeratie op de dag, voorafgaande aan de datum van opheffing, zijn met ingang van die dag van rechtswege in dienst van de gemeente Eindhoven. Zij gaan over in dezelfde salarisschaal, op dezelfde voet en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als voor elk van hen gold bij de agglomeratie en vervullen in dienst van de gemeente Eindhoven een functie die zoveel mogelijk overeenkomt met de functie die zij laatstelijk bij de agglomeratie vervulden.
2
De eden en beloften, in verband met hun ambt door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren afgelegd, worden geacht mede op die dienstvervulling betrekking te hebben.
4
De rechten en verplichtingen

Artikel 9
1
Alle rechten en verplichtingen van de agglomeratie, voor zover die na de opheffing van de agglomeratie voortbestaan, gaan met ingang van de datum van opheffing over op de gemeente Eindhoven, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd.
2
Wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de agglomeratie betrokken is, worden met ingang van de datum van opheffing voortgezet door of tegen de gemeente Eindhoven. Ten aanzien van de rechtsgedingen is het bepaalde in de artikelen 254 tot en met 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
3
Ten aanzien van de in het eerste lid begrepen registergoederen zal verandering in de tenaamstelling in de kadastrale legger plaatshebben. Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven doen de daartoe nodige opgaven aan de hypotheekbewaarder.

Artikel 10
1
Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven dragen met ingang van de datum van opheffing zorg voor de voortzetting en afsluiting van de financiële administratie en het kasbeheer alsmede voor het opmaken en de vaststelling van de rekening van de agglomeratie.
2
Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden zijn de bepalingen van de gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11
1
Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven dragen uiterlijk een jaar na de datum van opheffing zorg voor de vereffening van het vermogen van de agglomeratie.
2
Het saldo van de vereffening van het vermogen van de agglomeratie komt ten bate onderscheidenlijk ten laste van de gemeente Eindhoven.
3
Op lasten en baten van de agglomeratie welke na het tijdstip van vereffening van het vermogen van de agglomeratie bekend worden, is het bepaalde in het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
5
Slotbepaling

Artikel 12
1
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2
Deze wet kan worden aangehaald als Wet opheffing agglomeratie Eindhoven.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 19 december 1985
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Rietkerk
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
Van Amelsvoort
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1985
De Minister van Justitie a.i.,
Rietkerk