Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wijzigingswet Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (ontbinding rechtspersonen)

 

Wet van 29 juni 1994, tot invoering van de mogelijkheid van ontbinding van rechtspersonen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, vervanging in een aantal artikelen van Boek 2 Burgerlijk Wetboek van beroep op de Kroon door beroep op het College van Beroep voor het bedrijfsleven, alsmede enige andere wijzigingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de registratie van rechtspersonen en de voorkoming van misbruik van rechtspersonen wenselijk is de mogelijkheid van ontbinding van niet-actieve rechtspersonen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken in te voeren en dat het tevens wenselijk is bij dezelfde gelegenheid het beroep op de Kroon in een aantal artikelen van Boek 2 Burgerlijk Wetboek te vervangen door een beroep op het College van Beroep voor het bedrijfsleven en enige andere artikelen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel IV Overgangsbepaling
Rechtspersonen die voor een bepaalde duur zijn opgericht worden geacht voor onbepaalde tijd te zijn opgericht, indien de bepaalde duur nog niet is verstreken vóór het tijdstip van in werking treden van deze wet, of indien deze duur wel is verstreken maar nog niet met de vereffening is begonnen vóór dat tijdstip.

Artikel V
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 29 juni 1994
Beatrix
De Minister van Justitie,
a
Kosto
De Minister van Economische Zaken,
j
E. Andriessen
Uitgegeven de negentiende juli 1994
De Minister van Justitie,
a
Kosto